Posts tonen met het label Werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Werk. Alle posts tonen

zondag 5 april 2020

Einde van een tijdperk

woensdag 1 april - geen grap

Veel sneller dan gedacht brak mijn laatste werkdag als postvrouwtje aan.

Ideaal weer. Strakblauw. Zonnetje. Temperatuur om gekleed slechts in een fleecevest de deur uit te gaan. Droog. Geen wind.

Dàt is de laatste maanden vaak anders geweest. Fijne omstandigheden om af te ronden. Laat het eens mee zitten.


Wij werken heel zelfstandig. Vanwege Corona mijd ik zoveel mogelijk ontmoetingen op de depots waar ik de post op kan halen. Dat én het feit dat tussen solliciteren en afscheid nemen maar weinig tijd zat, maakt dat ik bijna niemand persoonlijk heb kunnen vertellen dat ik weg ga.

Nu schat ik in dat het merendeel van mijn collega's hier ook geen enkele boodschap aan heeft. Want wat ik hier de afgelopen 4 jaar vooral geleerd heb, is dat het ieder voor zich is en dat er niet iets bestaat als 'wij' en 'een team'.  Nou, ook goed.

Omdat ik het tóch netjes vind om te laten weten dat ik 'verdwenen' ben, maak ik twee keer een drop pot en schrijf ik kaartjes, om op de depots achter te laten.


Voor de laatste maal open ik de werkapp.



Hijs me in mijn postvest en pak mijn fiets.



Nou doeg hè, tot straks.




De meeste post is al weg gehaald door collega's. Ik zei het al, ik vermijd Corona contact en kom pas in de middag mijn post halen. Toch tijd zat om het voor vijf uur af te ronden.



Ik laat een pot achter en ga aan mijn ronde beginnen.


Twee uur later zit het er dan echt op. Of liever gezegd, het zit er in. In de brievenbussen.


Met stille trom fiets ik terug naar huis. Precies volgens verwachting. Op één collega na iemand gehoord, niemand gezien. Geen dag, tot ziens, bedankt of succes. 


Als een passant verdwijn je hier bijna ongezien van het toneel. Zo was het en zo zal het altijd blijven.



Inmiddels heb ik er drie heerlijke vrije dagen op zitten en ook niets meer gehoord. 
Nee hoor, hier is geen leidinggevende die je netjes uitgeleide doet en nog even afsluitend contact met je heeft.



Maar daar heb ik haar dan voor. Helemaal leuk.

Dat was het dan. Zes en en half jaar postbezorger spelen. Zes en en half jaar met veel plezier gedaan. Nu is het tijd voor iets anders.

donderdag 26 maart 2020

Nieuwe baan, ik kom er aan

Tijdens mijn eerste ziekenhuis opname eind februari lag mijn smartphone, met het geluid uit, in mijn kastje. Op vrijdagmorgen zag ik dat ik een gemiste oproep had van een voor mij onbekend nummer.

Ik gaf het nummer door aan thuis en vroeg hen of zij konden uitzoeken van wie dit nummer was. Het bleek van een zorginstelling in onze woonplaats te zijn.

De Frankelandgroep is hier overkoepelend voor 5 verschillende zorginstellingen. 
Vanaf oktober 2018 had ik bij twee van hen gesolliciteerd op een vacature voor receptionist.



De eerste keer was ik één van de twee gelijk geschikt overgebleven kandidaten. 
Zij probeerden een dubbelslag te slaan. Door de ander de baan van receptionist aan te bieden, want zij had op dat moment geen baan en was direct volledig inzetbaar. Ik was nog aan Post.Nl verbonden, maar zij boden me een baan in de zorg aan. Op zich begrijpelijk, omdat ik een HBO-Verpleegkunde diploma met 15 jaar ervaring heb.

Omdat ik gemotiveerd niet meer zorg aan het bed wil geven, wat ik duidelijk in mijn sollicitatiebrief naar voren had laten komen, sloeg ik het aanbod af. Ik kreeg daarna de toezegging dat ze mijn brief zouden bewaren tot er in de toekomst opnieuw een vacature in dit team zou komen. Prima, ik heb geduld zei ik toen.

Mijn tweede sollicitatie afgelopen september voor twee vacatures op een andere locatie, eindigde in een afwijzing op basis van 'te hoog opgeleid'. Begrijpelijk, wanneer je meer dan honderd (!) brieven hebt gekregen.



En nu werd ik dus gebeld vanaf één van deze locaties, precies op het moment dat ik niet goed bereikbaar én niet mobiel was. Zou het met een vacature te maken hebben?

Ik zou er niet achter komen en kon alleen maar hopen dat ik snel naar huis mocht en dat ze me dan nog eens zouden bellen. 

Maandag kwam één van mijn vriendinnen op bezoek en onverwacht was zij degene die mij opheldering kwam brengen. Zij werkt als receptionist op één locatie van de Frankelandgroep. Via haar weet ik dus hoe leuk de baan is, want zij doet het met ontzettend veel plezier. 



Zij wist te vertellen dat er op haar locatie een nieuwe collega wordt gezocht. De stapel van honderd brievenschrijvers van september, was op haar bureau gelegd.
"Kijk jij er alvast eens doorheen of je er iets geschikts tussen vindt zitten?"

Ze bladerde en stuitte tot haar verrassing op mijn brief. Nee, ik had haar inderdaad nooit verteld van mijn schrijvelarij. Nadat ze voor zichzelf had bedacht of ze met een vriendin in één team wilde werken en het antwoord 'ja' bleek te zijn, deed ze een goed woordje voor me. Zij kon toelichten waarom 'te hoog opgeleid' geen goed argument zou zijn om mij niet op gesprek te laten komen. 'Niet uitdagend genoeg' zou niet de reden zijn voor een eventueel kortstondig avontuurtje voor me. Ik was tenslotte niet voor niets al zes jaar postbezorger? Ik ben niet op zoek naar dit soort (carrière) uitdagingen.

Daar in dat ziekenhuis kwam ze mij dus feitelijk goed en verrassend nieuws brengen en werd ik voorzichtig enthousiast. Ze kon me van alles vertellen over de vacature en functie. Vanaf toen kon ik alleen maar hopen dat haar leidinggevende me nog eens zou bellen.



Dat deed ze, toen ik de volgende dag inmiddels weer lekker thuis was. Het was een leuk gesprek en ze nodigde me uit voor een sollicitatiegesprek aan het einde van die week.

Twee gesprekken verder, moest ik het verloop afwachten van nóg twee gesprekken met een andere kandidaat. Kort daarna zou ik gebeld worden over de uitslag. Bloednerveus was ik. Apart, want dat was ik bij de sollicitatiegesprekken totaal niet geweest. Maar daar kon ik niet meer doen dan laten zien wie ik ben. En dat kan ik best.

Maar die uitslag, daar had ik geen invloed op. En inmiddels was ik wél zover dat ik het héél graag wilde gaan doen. Het verlossende woord kwam snel en direct: "Je bent het geworden!"



Hartstikke blij ben ik. Receptionist bij een prachtige instelling. Voor 16 uur per week, twee dagen in de week volgens rooster, overdag en in avonddiensten, door de week en in het weekend.

Het buitenwerk zal ik gaan missen, maar ik kijk enorm uit naar de werktijden. Niet meer zoals nu op 4 of 5 dagen in de week aan het werk zijn om een paar uurtjes te draaien.
Maar alle uren op twee dagen, zodat ik effectief meer hele dagen vrij zal zijn.
Het lijkt me heerlijk. Ik verwacht meer energie over te houden en weer meer aan hardlopen en andere privé dingen toe te komen.

Ik heb toen direct mijn huidige leidinggevende geïnformeerd en per 1 mei opgezegd. 
Inmiddels heb ik een arbeidsvoorwaarden gesprek achter de rug. Mijn contract is getekend. Per 8 april kom ik in dienst. En mijn planner heeft uitgerekend hoeveel vrij opneembare uren ik nog heb. Ik mag ze allemaal opnemen om eerder te stoppen met mijn bezorg werkzaamheden. "Want je bent altijd goed voor ons geweest."



1 April. Geen grap. 1 April zal mijn laatste werkdag zijn voor Post.Nl. Dat is volgende week woensdag al. Zo snel kan het gaan.


~ Er ging een kaartje naar haar.  

woensdag 8 augustus 2018

Het ging wel eens soepeler

Ons gezin houdt er niet van lang van huis te zijn. Over het algemeen is dus een vakantieweek van 7 nachten helemaal prima. Thuiskomen is dan een feestje.

Dit jaar kwamen we anders uit Drenthe. Nou ja, de helft van ons dan. Waarvan ik dan een kwart vertegenwoordigde. Gewoon. Geen zin om naar huis te gaan. Op de terugweg al heimwee. Zoiets.

Met dubbele gevoelens thuis de vrije dagen afgebouwd. Maandagavond met frisse tegenzin de wekker op 6.10 uur gezet.

En tegelijk een knop omgezet. Verzetten was tenslotte zinloos. Ik moest ècht weer aan de slag.

Tja. Toen werd het zó'n werkdag. Op de voorbereiding, mijn eerste baantje, was het loei-druk. Ontzettend veel post in korte tijd te verwerken. Dat in een atmosfeer die niet bepaald verfrissend was. We werken met een mannetje of 50 in een dichte, donkere hal, zonder ramen en deuren. Dus zonder daglicht. Wetende dat we weken, oh nee maanden, met hoge temperaturen achter de rug hebben, kun je je misschien voorstellen hoe warm het daar is en hoe het er dan binnen ruikt.

Niet om te klagen, maar dat kost gewoon energie. Daarna wachtten er nog 2 postwijken op me. Met ook daar dus een buiten verhouding hoeveelheid post. En zonnig in 30+ graden Celsius. 

Op het moment dat mijn fiets beladen was, schoof hij onderuit. Een behulpzame assistent raapte hem op en begon aan zijn eigen wijken. Vol goede moed stapte ik ook op. Maar ik kwam niet vooruit. Wel G&D$E#D@M*E! De ketting lag er af. Niet te herstellen door mij, omdat er een dichte kettingkast omheen zat.

Dus haalde ik mijn fiets weer leeg en kon naar huis lopen. Reservefietsen, daar doen ze namelijk niet aan bij mijn werkgever. Thuisgekomen gutste het zweet al van mijn tronie. Daar bleken alle fietsen in gebruik. Dus zat er niets anders op dan de auto te pakken en daarmee te gaan bezorgen. Waardeloos, want dan kun je dus nergens de kortste route kiezen, maar moet je overal om.

Uiteindelijk heb ik 5 uur lang in de hitte rondgesjouwd. Je kon me uitwringen, er zat een man met een hamer in mijn hoofd en mijn energie was -20. Wàt een eerste werkdag.

Het ging wel eens soepeler. Is het héél gek dat ik uitkijk naar de buien en temperatuurdaling?

~ Ik tekende de frustratie van me af ~

dinsdag 22 mei 2018

Jeugdig

Al zolang ik me kan herinneren, word ik als volwassene qua leeftijd jonger geschat.

Is dat een verdienste? Welnee.
Is dat iets dat ik nodig heb om me goed te voelen? Welnee.
Is het belangrijk voor me? Welnéé.

Het zal wel een samenspel van factoren zijn.

Geen gekreukeld gezicht. Kleurtje op de wangen van het buiten zijn. Niet dagelijks gekleed in een boemetjes jurk of overgooier. Geen permanentje. Slanke lichaamsbouw. Mijn diep grijze haren - als ik op tijd ben- keurig onder een laagje verf.


Dan vandaag. Ik ben aan het werk op de post-voorbereiding. Iedereen zit daar met de ruggen naar elkaar toe. Er is er maar één per team die over de werkvloer mag bewegen. De rest zit op een stoel voor een kast en verhuist hooguit naar een stoel voor een andere kast.
Dat is om geen seconden te hoeven verliezen. Dat is namelijk belangrijk voor meneer Post*NL. Het versturen en bezorgen van brievenpost is een verliesgevende business in dit digitale tijdperk. En dat verlies moet zo klein mogelijk gehouden worden. Dus verdien ik net iets meer dan het minimumloon, worden de postzegels almaar duurder en verdwijnen de straatbrievenbussen uit de wijken.

Het is dus niet gek als ik door collega's niet word opgemerkt wanneer ik om half acht binnen kom. Zij zijn allen vroeger begonnen. Al verdiept in de klus.

Na een minuut of vijf hoor ik hem - de man die vanuit een ander team bij ons invalt gedurende de laatste twee weken - vragen: "Dat meissie komt toch ook nog om half acht?"

Ik keek nog om me heen en dacht: "Wie heb ik gemist? Is hier dan iemand nieuw aangenomen die ik nog niet ken?"

Tot hij zich omdraait, mij ziet en lachend zegt: "Hé, je bent er al!"

Ha ha ha, hij bedoelde mij - een 51 jarige - met dat meissie..........

woensdag 28 februari 2018

Kou - kouder - koudst


Het weer. Vaak gesprek van de dag en deze dagen al helemáál.

Omdat ik veel buiten ben, zou je denken dat ik de weerberichten ook op de voet volg. Maar dat doe ik dus niet. Ik maak me er niet druk om, en neem de dag zoals die komt. 
Er doorheen moet ik tóch.

Buienradar wil ik nog wel eens raadplegen, om te kijken of het zin heeft om het een half uurtje uit te stellen voor ik aan mijn postrondes begin. Een groot voordeel van deze baan: als voor 18.00 uur mij fietstassen maar leeg zijn, dan is het goed.

Verder denk ik niet vooruit. Ik kijk wel uit het raam om te weten wat voor weer het is.



Inmiddels lijkt het of ik wat harder gebakken ben. Van kou is mijn lijf steeds minder onder de indruk. De zon maakt deze weken veel goed. Daar komt al best wat warmte van af. 
Na een half uurtje doorstappen is mijn inwendige machientje meestal wel op stoom, stroomt mijn bloed lekker door en kunnen regelmatig mijn handschoenen zelfs uit. Voor iemand die tot voor kort al witte dooie vingers had als ik een glas melk vastpakte of de koelcel van de supermarkt in liep, best bijzonder.

Vandaag was er niet veel zon en was de wind daardoor gemener. Uiteraard pas ik mijn kleding daarop aan. Mijn hoofd en gezicht warm houden was vandaag prioriteit.

Daarbij verlies ik zelfs het kleine beetje ijdelheid dat ik bezit.



Geen porum. Volledig onherkenbaar. Maar o zo comfortabel.

Morgen nog zo'n dag. Misschien wel de laatste van dit seizoen. 


zaterdag 7 januari 2017

Wàt een dag!

Codes geel en oranje waren afgegeven. Gisteravond bij het naar bed gaan, leek het er nog niet op dat het zou gaan sneeuwen. Maar toen ik twee uur later naar het toilet moest en even achter de gordijnen gluurde, was de wereld toch ineens wit geworden.

Dan weet je dat het een andere werkdag gaat worden. Zo eentje waarbij je voorzichtig moet zijn, de tijd moet nemen en geen haast moet hebben. Geen probleem. Dat kàn ik.


Om bij het depot te komen waar ik mijn post op moet halen, neem ik een omweg. Ik kies voor de grote fietspaden waarvan ik weet dat ze gestrooid zijn. Dat fietst lekker door, tot ik van het fietspad af moet. Eén grote glijpartij is het hier. Langzaam maar zeker bereik ik mijn einddoel.

Collega K. komt ook net aan glijden. Ze houdt met één hand haar fiets vast en met de ander haar hoofd. Ze is net, op weg naar het depot, gevallen en met haar hoofd hard op straat geland. Ze vertelt dat ze gister nog met koorts op bed lag, maar dat ze zich niet ziek wilde melden. Dit kan er dan eigenlijk niet bij. We pakken beiden onze fietsen en als we ieder onze eigen weg gaan, zeg ik haar voorzichtig te zijn. "Als het niet gaat, bel me dan, dan help ik je met je wijk."

Ik glibber de wijk uit en ben blij als ik weer bij het redelijke schone fietspad ben. Tien minuten later parkeer ik mijn fiets in de eerste glibber-straat waar ik bezorgen ga. Het is best te doen. Mijn schoenen hebben een goed profiel, ik kijk goed waar ik loop en maak geen haast. Bij de volgende parkeer-boom glijdt mijn fiets onderuit. Ik raap het zooitje weer op en bezorg de volgende straat. Als ik daarna opstap, schieten mijn trappers door. Gloeiende gloeiende. De ketting ligt er af. De ketting in de gesloten kettingskast. Daar kan ik nu dus helemaal niets mee. 

Omdat ik nèt begonnen ben en die hele postvracht nog op en aan mijn fiets hangt, is het naast de fiets lopen geen succes. Hij schuift en glijdt alle kanten op. Dit gaat niet werken.

Ergens in deze wijk woont Vriendin. Ik app haar of ik een paar uurtjes een fiets kan lenen. Dat kan. Mijn plan is om er heen te glijden, daar mijn tassen over te zetten en dan weer verder te bezorgen. Maar bij het eerste deel van het plan gaat het al fout. Dat glijden, met fiets en volle bepakking, gaat um niet worden. Ik parkeer de fiets en besluit vanaf daar veel heen en weer te lopen en zoveel mogelijk post eerst weg te lopen. Wanneer ik de halve last kwijt bent, gaat het lopen met de fiets al een stuk beter. Wanneer ik bezorg in de wijk van Vriendin, bel ik Ding Dong aan om te zeggen dat ik toch geen fiets leen, maar het op deze manier af ga maken. 

Ik ben precies twee huizen verder, als mijn telefoon gaat. Het is collega K. Het gaat ècht niet met haar. Hoe het met mij gaat? Ik vertel van de panne en ik merk aan haar dat ze haar verzoek aan mij wil inslikken. Maar ik ga haar natuurlijk gewoon helpen. Ook al is haar wijk helemaal de andere kant op. Eén probleempje: dat ga ik lopend niet knijzen. Dus ik moet over op Plan B. Tóch een fiets nodig.

Ik loop twee huizen terug. Ding Dong. "Kan ik toch je fiets lenen?" Ze sleept er eentje uit de garage en gaat opzoek naar bijbehorend fietssleuteltje. Intussen loop ik eerst naar mijn geparkeerde kapotte fiets en daarna collega K. tegemoet, die haar restant post bij me komt brengen. Ik herschik de tassen, prop alles erbij en zeg haar snel met paracetamol in bed te kruipen. Ze ziet er heel beroerd uit.

Ik waggel en glij met een weer vol bepakte fiets naar Vriendin. Koppel alle tassen los en wil de eerste aan de bagagedrager van haar fiets hangen. Krijg nou de hik. Dat past niet. De drager is te kort! Ding Dong. "Daar ben ik weer. Heb je nog een andere fiets beschikbaar? Met een grotere bagagedrager?"

Die heeft ze. Lekker passen doet het niet, maar ik moet het ermee doen. Het voelt als een klein avontuur om op die voor mij vreemde, vol beladen fiets, over de ijzelige weg te fietsen. Wat ben ik blij dat ik geen haast heb vandaag.


Twee uur later zijn mijn tassen leeg. Ik fiets weer terug naar de andere hoek van Schiedam, waar ik de fietsen weer omruil en Vriendin hartelijk bedank. Met mijn eigen fiets aan de hand, loop ik terug naar huis.

Eind goed al goed. Hoewel? De fietsenmaker blijkt pas donderdag tijd voor een reparatie te hebben. Nu dus maar even een Plan C bedenken voor de komende werkweek.

woensdag 7 december 2016

Onderweg

Behalve dat postlopen vermoeiend is, is het ook zeker vermakelijk op zijn tijd. Via een fotootje laat ik wel eens zien wat ik zoal tegen kom. Vandaag had ik ook een pret-momentje. Het was niet gepast er een foto van te maken. Liever nog had ik het geluidsfragment laten horen. Maar beiden wordt het dus niet.

Ik ga het zó proberen.

Picture-it.

Ik loop in gedachten de deuren langs, tot ik opschrik van een boze vrouwenstem. Ik zie haar niet, maar hoor haar des te beter. Ze schreeuwt, krijst bijna. Ze tettert nog even door, dus er komt een moment dat ik me realiseer waar ik hier getuige van ben. Een kind krijgt op zijn donder. Waar het over gaat en wat de aanleiding is, weet ik uiteraard niet. 
"MAAR HIJ MOET NU EENS HÉÉL SNEL OPHOUDEN MET DIE GROTE MOND!"

'Nou mevrouw, een beetje minder mag ook wel.' Ze deed best heel lelijk en ik begon me af te vragen hoe oud het kind zou zijn. Twaalf, dertien?

Als ze de hoek om komt en mij in het oog krijgt, zie ik haar schrikken. Ja, die dacht natuurlijk dat ze helemaal alleen op straat liepen en dat ze ongehoord tekeer kon gaan. Zichtbaar gegeneerd, liep ze me voorbij. Het hoofd licht gebogen, met een driftige pas de wandelwagen voortduwend waar haar dreumes in zat.

Dan komt De Grote Mond ook 'mijn' straat in. Hij zit op zijn fietsje. Petje op zijn hoofd. Ik schat hem op vijf, zes jaar. Hij heeft een olijke kop en ziet er niet uit alsof hij zich momenteel heel veel aantrekt van wat zijn moeder hem zojuist allemaal toe heeft gebeten.

Dat hij dat inderdaad niet doet, blijkt als hij zijn stem laat horen:
"Ach. Ik heb gewoon mijn dagje niet........."

Nou, mijn dag was helemaal goed.


donderdag 2 juni 2016

Je maakt wat mee

Het werkzame leven van een postbezorger is zelden saai, is mijn ervaring.

Op menig rondje maak ik leuke dingen mee. Dat kunnen de omstandigheden zijn, hetgeen ik in mijn posttassen heb, de mensen die ik ontmoet, situaties die ik observeer, of gewoon. Dingen die me opvallen.

Zomaar een greep.

Het is niet de bedoeling om ieders post te analyseren. Maar het is niet te voorkomen dat ik op een gegeven moment weet wie waar verzekerd is, dat men meespeelt in de Staatsloterij, lid is van Vereniging Eigen Huis of de ANWB, iets besteld heeft bij H&M, iets te vieren heeft en welke TVgids men heeft.



Ik zie wat ik in mijn hand heb en ik moet de geadresseerde en het adres checken. Dan zie ik af en toe hele grappige benamingen, zoals deze.



Dit is de pastorie van de Nederlands-hervormde kerk bij ons in het dorp. Een prachtig pand, gebouwd in 1891. Deze kerkelijke dienstwoning, die op de Rijksmonumentenlijst staat, heeft regelmatig andere bewoners. Als er een nieuwe dominee komt, verandert ook het naambordje op de voordeur.

Ik ben er al honderdduizend keer langsgekomen in de twintig jaar dat ik hier woon. Maar dit zag ik nu voor het eerst: zijn toga hing buiten te luchten. Ik moest er om lachen. Gek natuurlijk, want eigenlijk is het hele gewoon, Maar ik moest zo aan kapelaan Odekerke denken.



Is dit geen snoepje? Ik zie allerlei vervoersmiddelen langs stoepen en op opritten staan. Volkswagenbusjes, of van die grappige Fiat 500-tjes, een lelijk eendje en veel bolderkarren. Maar deze spant de kroon. Hij zal maar van je vader zijn?!



Voor het weekend was ik hier ook en nu ineens.........brievenbus weg. Voor onderhoud, dacht ik nog. Dan maar naar de voordeur lopen. Maar die had geen brievenbus. 
Aanbellen dan maar en afgeven die handel. Uhh......geen bel. Toen ik achter een raam een jongetje zag zitten besloot ik toch even op dat raam te tikken. Hij kwam voor me open doen. "Gestolen", zei hij. Bleek die hele brievenbus gewoon van de paal af gesloopt te zijn en gejat. Tja. Fijne stad hoor, Schiedam.



Hier stond ik ook van te kijken. Ik moest bij een pand in een industriegebiedje zijn. Gelegen aan de buitenrand, grenzend aan bossages en gemeentegrond. Geen tuin, maar gewoon wat bomen, wildgroei en onkruid. En zomaar ineens deze plant. Een witte aronskelk. 
Ik was het heus niet altijd met mijn moeder eens, maar als het over aronskelken ging wél. Graftakken zijn het, en die wilde ze vooral niet op haar graf.

En zo geschiedde.

Ik blijf opletten en opvallende dingen vastleggen. Ik moet hier tenslotte toch wat te leuteren hebben.

zondag 22 mei 2016

Ongehoorzaam

Voor mijn nieuwe werkgever ben ik nog steeds vliegende keep. Dat betekent dat ik de gaten opvul, die ontstaan door ziekte en vrije dagen. Nou, ik kan je zeggen: gaten genoeg.

Dat betekent dat ik van hot naar her loop en steeds opnieuw in een voor mij nieuwe wijk moet duiken. Ik geloof dat ik ze inmiddels alle zesendertig gehad heb.

Voordat je denkt dat ik dit vervelend vind: he-le-maal niet! De afwisseling is leuk, het puzzelen en speurtochten langs de straten en huisnummers, ik ken mijn eigen stad steeds beter én ik weet ineens allemaal mensen - bekenden -  exact te wonen. Uiteraard scan ik bij iedereen de voortuin, de wel of niet zichtbare rommel, het verfwerk aan de kozijnen en buitendeur én of de ramen wel gezeemd zijn. Ja ja, dat geeft toch een indruk hè?

Van de week kon ik het niet laten.


Eigenlijk mag dit natuurlijk niet. Zomaar op de post schrijven van een klant.

Tòch deed ik het. Op het Bonusboekje van een vriendin. De volgende dag kreeg ik een foto met reactie terug.

Burgerlijke ongehoorzaamheid. Soms doe ik er aan.

zondag 24 april 2016

Oeps

Tegenwoordig is mijn fiets regelmatig zwaar beladen. Gevulde tas voorop, gevulde fietstassen achterop. 

Dat houdt de standaard niet, dus parkeer ik mijn fiets tegen een muurtje. En als dat er niet is, tegen een paal. Om te voorkomen dat de fiets wegrolt, zet ik hem op slot. 
O ja, natuurlijk ook om te voorkomen dat ie gejat wordt.

Hij was al een keer tòch een stukje teruggerold. Nog vóórdat de sleutel uit het slot was. Dat leverde een kromme sleutel op. Dat is wat gewicht kan doen.

Al heel lang dacht ik 'ik moet mijn nog rechte reserve sleutel gaan gebruiken'. Soms doe ik nogal lang over denken, dus het was nog niet tot een uitvoering gekomen.


Te laat!

Gisteren gebeurde het weer. Ik zag zo de sleutel nog verder dubbelvouwen. Toen ik hem daarna alleen al aanraakte, had ik hem los in mijn handen. Dat wil zeggen, het bovenste gedeelte. Het onderste zat nog in het slot.

Een duidelijk gevalletje Eigen Schuld Dikke Bult.

donderdag 31 maart 2016

A Beautiful Day


Toen om tien over acht vanmorgen de telefoon ging en ik haar naam in de display zag staan, wist ik dat deze dag anders zou verlopen dan ik vooraf in gedachte had.

"Hoi, we hebben een zieke."
"Nou, dat is dan vervelend voor de zieke."
"Ja, maar niet voor jou, want nu kan jij werken."

Ja. Dat dan weer wel.

Het was weer een aardige tippel. Ik was inmiddels zo'n vier uur onderweg en had bijna twintigduizend stappen gezet, toen hij me opviel. Een man, met veel te veel kleding aan, veel te veel gewicht aan zijn lijf, een gekke pet op zijn hoofd en zich moeizaam voortbewegend op zijn fiets. Uit zijn fietstassen staken vele bossen rozen in allerlei kleuren.

Terwijl ik doorging met mijn werk, zag ik hem zijn fiets bij een voordeur parkeren. 
Mijn hersenen gingen met de situatie aan de haal. 'Die heeft wat goed te maken thuis. Òf ze hebben iets te vieren.'

Een straat verderop raakte in gesprek met een bewoner die verzuchtte dat hij blij was dat hij vandaag geen blauwe envelop in de bus kreeg. Als je eens wist hóe vaak mensen daar een opmerking over maken. Ik hoor het zelfs wel eens door een dichte deur heen van mensen die blijkbaar op wacht zitten vlak achter de brievenbus: 'Hou die maar bij je hoor!'

Anyway. Op het moment dat de woorden 'blauwe' en 'envelop' vallen, hoor ik achter me een bromstem zeggen: "Dat gaat toch tegenwoordig allemaal digitaal?"

Híj was het. Met zijn fietstassen inmiddels halfvol bossen rozen. Mijn hersenen fantaseerden verder. 'O wacht. Hij is in de wijk rozen op bestelling aan het afleveren.' Dat kon natuurlijk ook.

In de volgende straat schrok ik me een rolberoerte toen hij ineens achter me stond. Zonder fiets. Met één bos rode rozen in zijn hand.

"Kan ik u een plezier doen met een bosje rozen?"

Ik moest lachen om mezelf, mijn gedachten, de situatie en om hem. "Nou, ik vind een bloemetje altijd fijn. Maar, kunt u uzelf er geen plezier mee doen?"

Zijn antwoord? "Welnee. Ik heb vijfentwintig jaar bij een bloemist gewerkt. Ik heb deze net bij De Bie in De Gorzen gehaald. Veertig cent voor een bossie. Ik ga morgen weer nieuwe halen."

Ik heb ze aangenomen. Hij blij. Ik blij. Deze mensen, dit soort gebaren, kleuren de wereld een beetje mooier.


Zojuist googelde ik even en verroest. Kijk dan. Gevonden op FeesBoek.


Dus dit is het verhaal mannen. Lachen jullie er maar om, maar ik kijk met heel veel plezier naar het mooie bossie dat nu achter me staat.

maandag 21 maart 2016

Morgen begin ik

Morgen speel ik een dubbelrol. Officieel is dat mijn laatste werkdag bij Sandd. Ik breng hem door als laatste op te nemen vakantiedag. 

  
Maar morgen maak ik óók mijn debuut. Bij de concurrent.


Binnen gehengeld en aangemoedigd de overstap te nemen, door 'onze eigen' wijk-postbezorger. "Waarom kom je niet bij ons werken"? Kijk, daar bleek vertrouwen uit. Hij wilde me dus best als collega.



Ik had wel een aantal 'daaroms'. Maar die bleken gebaseerd op vroeguh. Op zaterdag werken is niet meer verplicht. Je hoeft niet meer voor dag en dauw op het depot je post te sorteren.


Arbeidsvoorwaarden, hoger uursalaris, uitbetaling van echt al je gewerkte uren, fietsvergoeding en de mogelijkheid om meer uren te gaan werken. Allemaal aantrekkelijk.



Ik schreef een brief, kreeg een gesprek in mijn eigen woonkamer en de vraag wanneer ik kon beginnen. Snel geregeld dus.



Ineens lag de gang vol. Van blauw naar oranje bleek een kleine stap. Nu heb ik een rekje voor op mijn fiets en glimmende fietstassen. Èn een regenpak.



 Morgen begint mijn drie daagse inwerkperiode. 


    Op deze foto was ik drie jaar. Piepjong, maar met een voorziene blik, want uiteindelijk ga ik er dan toch aan de slag.
    In de voetsporen van mijn vader.............wie had dat nou gedacht? Ik heb er zin in!

donderdag 10 maart 2016

Aan alles komt een eind

In oktober tweeduizendendertien begon ik met mijn werkzaamheden als postbezorger. Het beviel. Heel goed zelfs. Na een half jaar kreeg ik een jaarcontract. Het jaar daarna opnieuw. Onlangs kreeg ik een contract voor onbepaalde tijd aangeboden. 


Ik tekende niet, maar verscheurde het.


Voor de laatste keer reed het busje dat 'mijn post' kwam brengen de straat in.


Nog één keer alles sorteren en klaarleggen voor de volgende dag.


Het zou mijn tweehonderdenachtenvijftigste bezorgdag worden.


Mijn eerste wijk, was een industriewijk.


Mijn laatste, onze eigen wijk.


Dichterbij huis kan ècht niet.


In twee-en-een-half jaar tijd heb ik in zestien verschillende wijken de brievenbussen laten klepperen.


Mijn kleding is nu gewassen.


Vanmiddag zijn al mijn spullen opgehaald. Ik ben er klaar mee.