Posts tonen met het label Jelmer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jelmer. Alle posts tonen

vrijdag 18 juni 2021

Karretje rijden

We zitten nu in de tijd van examens, geslaagden en diplomeringen. Met Oudste hebben we dit ook twee maal doorlopen. Eerst bij het afronden van zijn VMBO - wat je tegenwoordig weer gewoon MAVO 'mag' noemen - , daarna van zijn MBO.

Nog geen negentien was hij, toen hij na zijn laatste stage direct aan het werk kon in het bedrijf van zijn vader. Een énorme kans. 

Maar hij koos er niet voor. Weet je, zei hij, ik moet nog zolang werken en ik zie me niet nu al aan de rest van mijn leven aan een bureau beginnen.


Wij gaven hem gelijk. Hij zag een vervolgopleiding wél zitten. HBO.

Inmiddels hadden we bijna zijn hele spaarpot al opgemaakt aan onder andere zijn autorijopleiding.
Want voor een studie zou hij het toch niet nodig hebben, dachten wij. En hij ook.
Je moet weten dat hij leren eerder nooit leuk vond en jarenlang geen zak had uitgevoerd. Een vriend noemde toentertijd zijn slagen voor de middelbare school een Houdini-act en daar had hij niets teveel mee gezegd.

Afijn. Hij ging dus naar de Hogeschool Rotterdam, voor de Managers opleiding. Hij wist het zelf ook wel. Hij is en kan heel veel, maar hij is geen manager en wil dit ook absoluut niet zijn. Maar het gaf hem tijd om na te denken over hoe hij zijn werkleven voor zich zag.


Hij vertelde ons dat hij tijdens zijn stage regelmatig dromerig naar buiten had gekeken. En zich had afgevraagd of dat buitenwerk in de haven niets voor hem zou zijn? Ga het proberen en snuffel er aan, adviseerden we. Zo raakte hij in geschreven bij een uitzendbureau dat hun uitzendkrachten inzetten bij dàt ene bedrijf. Dat hij al kende van zijn stage én van zijn vader. Want die liep daar ook al zijn hele werkzame leven rond. Op kantoor, dat dan weer wel.


Hij werd er ingewerkt en moest schakelen. Alles was nieuw, flink fysiek, smerig én intensief. Hij maakte gemiddeld vijftien- tot twintigduizend stappen per dag. Kort samengevat waren zijn werkzaamheden: fluiten en sjorren. Totdat alle geplande trailers muurvast stonden aan boord.

De sfeer was als in een Haagse voetbalkantine. Precies waar Oudste zich het meest op zijn gemak voelt. Dus op menig vrije studiedag was hij in de haven te vinden, in zijn overall.


Het eerste anderhalve studiejaar in de Waalhaven verliep erg goed. Hij haalde nagenoeg alle benodigde studiepunten. En toen kwam de stage er aan. Op managers niveau.

Alles in hem ging in de weerstand. Hij wist het eigenlijk wel zeker. Hij wilde geen manager spelen én hij wilde - nog - geen kantoorbaan. Dus eigenlijk wilde hij die stage helemaal niet lopen, ook al zou hij deze studiejaren niet met een diploma afronden.


En wij? Wij willen dat hij - ook financieel - voor zichzelf kan zorgen als wij er op enig moment niet meer zijn om dat te doen. Wij hebben veel liever een blije zoon met een MBO diploma, dan een tobberige, ongelukkige, zwoegende met een HBO papiertje. 


Hij ging daarom niet op zoek naar een stage adres, maar stelde zich steeds vaker beschikbaar voor werk. Ook op avonden, in weekenden en gedurende nachten. Het bedrijf zag toekomst in hem en informeerde of hij interesse had om vast in dienst te komen eind 2021? 


Hij had er zéker oren naar. Maar door interne verschuivingen zat hij 'ineens' al in mei op gesprek en kreeg hij een contract onder zijn neus. Per 1 juni is hij nu in dienst van dit mooie bedrijf. Dicht bij huis, wisselende werktijden, leuke humoristische collega's, prima arbeidsvoorwaarden en een vorstelijk salaris.


Op de eerste dag kreeg hij les in het rijden op een terminaltrekker. Daarmee worden vrachtwagen trailers verplaatst over het bedrijfsterrein, van en aan boord gereden en strak naast elkaar geparkeerd aan boord. Op de tweede dag werd hij, vol vertrouwen, al alleen gelaten en op de derde dag kwam De Botenbaas aan zijn vader vragen of hij wist wat de ambitie van zijn zoon was? 


Waarop Oudste zelf zei: rustighh, laat mij nou maar effe een poosje karretje rijden...


Het fijnste van dit alles is, dat hij elke werkdag enthousiast en vol verhalen thuis komt. Een beter bewijs voor een juiste beslissing is er denk ik niet.

woensdag 19 mei 2021

Het Europees Kampioenschap Zingen


Bijna een jaar geleden, op 15 mei, schreef ik een enthousiast verhaal over onze Songfestival avonturen. Wil je weten wat onze achtergrond met betrekking tot dit liedjesfestijn is, moet je misschien even teruglezen. Dat kan hier*klik


Zoals bekend gooide Corona roet in het eten. Het Songfestival in Ahoy werd gecanceld en lang bleef het onzeker wat er in 2021 zou gaan gebeuren. Begin van dit jaar kregen we ons geld terug. In het vroege voorjaar werd bekend dat het spektakel tóch in Rotterdam zou plaatsvinden. Maar of er publiek bij kon zijn en hoeveel, dat was nog volstrekt onduidelijk.

Nog niet zolang geleden kwam de aankondiging dat er publiek bij mocht, maar dan wel heel summier. Alleen op de tribunes, geen sta publiek en slechts 20% van de kaarten zouden beschikbaar komen.

Op dit punt was ik al een tijdje afgehaakt. 'Dan maar niet', dacht ik. Maar toen had ik buiten Oudste gerekend. 'Natúúrlijk gaan we wel; wat denk jij nou?'


Dus zat ik op zaterdag even voor twaalf uur met mijn snufferd voor twee computerschermen. Hij moest werken, dus ik stond gespannen voor zijn karretje. Ik weet het, ik had het ook niet hoeven doen.
Maar als het niet over sport gaat is Oudste niet echt te porren voor dit soort dingen. Voor ons samen al een leven lang geen bioscoop, concert of pretpark. Eén keer ging hij mee naar de musical The Lion King, maar dat deed hij echt voor mij. 

Dit zag ik als een kans. En die kans pakte ik met beide handen aan.
Omdat wij voor de halve finale jury avond van 2020 een ticket hadden gekocht, kregen we nu voorrang om nieuwe kaarten te proberen te kopen. Twintig procent is echt niet zoveel hè. 


Maar binnen tien minuten in de wachtrij schoot mijn ene scherm door en niet veel later ook het andere. Dus onverwacht hadden we opnieuw twee kaarten. Wél kaarten, maar geen vrije dag. Want in onze werkagenda's hadden we hier helemaal geen rekening meer mee gehouden.

Gelukkig hebben we beiden fijne collega's en stond het sein binnen een paar dagen op groen. We zouden gaan. 

Na de Keukenhof, Kinderdijk en Koninginnedag zou ik ook de folklore van het Songfestival gaan beleven.

Omdat het een Fieldlab evenement betrof, werden we vrijwel direct bestookt met allerlei informatie en 'opdrachten'. Een viertal apps moesten gedownload worden en afspraken ingepland voor een Corona sneltest, waarvan de uitslag niet ouder dan vierentwintig uur mocht zijn bij het eindtijdstip van het festival.


Maandagmiddag konden we in een lange rij bij Excelsior aansluiten. Een klein uurtje later was de test uitgevoerd. 


En nog in de auto op weg naar Ahoy, kregen we beiden een negatieve uitslag in onze mailbox.


In de app hadden we een entree tijdvak doorgekregen, zodat het publiek gedoseerd binnen zou komen. Mijn plan was dus om braaf op de parkeerplaats te wachten, maar Oudste zei 'Ben je helemaal mal.
We gaan gewoon naar binnen.' Echt hè, dat stukje DNA heeft hij niet van mij.


Zo kwam het dat we om even na zeven uur al binnen waren. Vroeg genoeg om mensen te kijken, de garderobe te zoeken én nog iets te eten. 

Het stereotype uitgedoste publiek was er niet. Hier en daar een sjaaltje of sweater, maar dat was het wel. Weinig regenbogen, rare verkleedpartijen en bling bling gezien. Er was werkelijk niemand die me kon vertellen waar de aangekondigde garderobe was, dus propten we de jassen maar onder de stoelen. De ambachtelijke friet was spot goedkoop, want omdat het pin apparaat het niet deed, mochten we het zo meenemen.


Tot zover onze voorbereiding. Oh nee, we zochten ook nog een gratis landen vlaggetje uit. Niet zoals de rest dat deed. Wij pikten er gewoon willekeurig twee uit de bak. Plots waren we voor Roemenië en Macedonië. Bij de bar had ik direct sjans, met laatst genoemde 'landgenoten'. Wat een vlaggetje al niet kan doen.

Eenmaal op onze plek bleken we echt pal op elkaar te zitten. Dus net als 'vroeger'. Best een hele rare gewaarwording. Wat zijn we dit toch ontwend geraakt met zijn allen. Maar jongens, wat was het fijn. Met drie en een half duizend man, samen naar optredens kijken. Héérlijk ouderwets. 

We werden opgewarmd met gouwe ouwe festival liedjes. Waarbij 'Hemel en aarde' en 'De troubadour' op het luidste zangkoor konden rekenen.


De opening werd verzorgd door good old Duncan.

Direct werd duidelijk wat de functie van de armbandjes was, die we bij binnenkomst in onze knuisten kregen gedrukt. Eén grote lichtjesparade. Van wit kleurend naar rood.


In één klap werd zichtbaar dat licht, led, techniek en effecten een grote rol zouden vervullen tijdens dit Europees Kampioenschap Zingen.


Toen verscheen het presentatie kwartet ten tonele. Eerlijk? Ze hadden echt niet zoveel te doen. Af en toe een beetje tekst. Strak geregisseerd en uitgeschreven. Ook elke punt en komma in interviews stond vast. Geen ruimte voor eigenheid. Eigenlijk een kopie van de presentatoren van voorgaande jaren die ik sprekende poppen met een laag decolleté noemde. Gelukkig kon Chantal dinsdag in de TV uitzending nog een beetje improviseren, toen iets een keer niet helemaal volgens plan verliep. 

Uiteindelijk zagen we zestien landen voorbij komen. Vijftig procent van de te verdelen punten zou de jury vandaag weggeven. De voorafgaande twee dagen had ik de playlist al een aantal keer afgespeeld. Dat zorgde in elk geval voor herkenning en hier en daar zelfs meezingen.

Litouwen deed de aftrap. Foute technodisco met felgele pakjes en hilarische danspasjes. Vermakelijk, maar niet echt serieus te nemen als kanshebber. Als je ze gemist hebt, kun je ze zaterdag in de finale opnieuw zien.

Slovenië volgde. Ik was er niet van onder de indruk. De jury en stemmers blijkbaar ook niet, want ze konden hun retourticket gaan boeken.


Daarna Rusland met een grote matroesjka-jurk, die deed denken aan de deelname in 2000 van Linda Wagenmakers. Hebben we daar trouwens nog wel eens iets van vernomen?

Het lied van Zweden vond ik tegenvallen. Een magere act en niet wat ik de laatste jaren van het land gewend was. Toch mogen ze zaterdag nog eens aantreden.

Wegens de Covid19 reisbeperkingen had de delegatie van Australië niet naar Nederland af kunnen reizen. Voor het eerst in de geschiedenis kon een deelnemend land niet live optreden, maar werd er een voor opgenomen optreden op de schermen getoond. Dat hoeft gelukkig ook niet een tweede keer.

Toen volgde een ballade van Noord-Macedonië. Het glazuur sprong van mijn tanden. Zijn spiegel shirt zorgde voor zijn enige schittering die avond. Oogverblindend was het. Waar was mijn zonnebril?


Ierland maakte het zich moeilijk met een ingewikkelde cartoon-act. Ik heb het op TV nog niet terug gezien, maar als podium act sprak het totaal niet aan. Inpakken en wegwezen maar.

Cyprus. Dankzij de invloeden van Lady Gaga, ongegeneerd gekopieerd, door naar de finale.


Dan Noorwegen. Pure camp. Maar wél door.


Tick-Tock van Kroatië had ik met het aanstekelijke refrein al in de finale gerekend, maar ik kwam bedrogen uit. Exit.

Dan België. In tegenstelling tot 'Zoutelande' nu een draak van een nummer en met een enorm chagrijn gezonden. Maar ik heb er blijkbaar geen kijk op, want ze zijn door.


Israël dan, met een eigentijd dansnummer en een hoge nood aan het eind. Goed genoeg voor komende zaterdag.

Hierna volgde Roemenië. Een dame die halverwege opgetild werd. Maar ook zonder dat had ze al veel moeite om goed en toonvast te zingen. Zelfs toen ze het nog eens over mocht doen, klonk het nogal beroerd. Hadden ze echt niet beter?


Azerbeidzjan dan. De kenners vinden hun Mata Hari! niks. Ik vond het niet zo verkeerd en de jury en stemmers blijkbaar ook niet.


Bij de Oekraïne vraag je je echt af waar je nou naar zit te luisteren. Het is bizarre technopop, uitgevoerd door allemaal turbo-Duracell-batterijtjes, in een sterkte podiumpresentatie. Het lied nestelt zich in je hoofd.


De klapper was tegelijk de afsluiter. Malta. Zangeres Destiny is pas achttien jaar, maar heeft een dijk van een stem. By far de beste zangeres van de avond.


Op onze Rotterdamse Davina na. Zij verzorgde de pauze act, blies iedereen omver en stal de show.
Net als de rest van de avond, barstensvol technische hoogstandjes. Waarvan het effect van Ahoy onder water me pas bij de TV beelden duidelijk werd.


Als toegift mochten 3 landen hun act overdoen. Hoewel, mochten? Het zal wel moeten geweest zijn.
De bonus bestond uit drie direct geplaatste landen. Twee die voor hun finaleplaats betaald hadden, Italië en Duitsland. De eerste staat bij de bookmakers hoog in de ranglijst. Ik ben er te oud voor denk ik, want ik vind het he-le-maal niks. Duitsland stuurt Mister Positivo met kleding uit de carnavalsoptocht.


Onze nationale trots bracht ook zijn lied. Ik snap heel goed de boodschap, maar ik vermoed dat het de rest van Europa, niet kan boeien. Gelukkig maar, want nóg zo'n hele presentatie volgend jaar kost ons land klauwen met geld.

Conclusie van het festijn? Strak en gelikt. Niet hoogstaand qua liedjes, maar wèl van enorm technisch niveau. Een overdaad aan licht, kleur en lasers. Een mengeling van disco en kermis. Funest voor epilepsie patiënten. Maar hartstikke leuk om eens mee te maken.

Ik zet mijn geld op Frankrijk of Malta. Donderdag én zaterdag zit ik voor de buis. Met Oudste. Want die heeft beloofd voor deze speciale gelegenheid uit zijn grot te komen. Of ik wel voor iets lekkers ga zorgen, vroeg hij...mijn raderen draaien.

~ foto van internet ~


zaterdag 12 december 2020

Een boom met een verhaal


Hij staat weer, onze kerstboom. Een week later dan gewoonlijk. En hij is ook iets korter uitgevallen. 
We rijden tegenwoordig in een kleinere auto en daar hadden de mannen zich even in vergist. Maar doordat ze laat waren, viel er geen grote boom meer te kiezen. Eigenlijk kwam hij ontevreden thuis met zijn aankoop. Maar ik vind hem perfect.

Ik zie elk jaar op tegen het hele optuig- en versiergebeuren. Al die ´pestzooi´ op zolder uitzoeken en naar beneden sjouwen. Dit jaar was het een fluitje van een cent. Ik heb namelijk vorig jaar alles dat ik niet meer gebruikte, of waarvan ik geen zin had het allemaal neer te zetten en dus weer direct achter het schot terug wilde plaatsten, weg gebracht naar de kringloop.

- van Oudste -

Ja, ik miste dingen dit jaar. Maar niet in de betekenis dat ik het graag had willen gebruiken. Nee hoor, opgeruimd staat netjes. Ik was zó klaar en had niet het gevoel dat het hele huis vol puinzooi stond te ver-rommelen.

- van Jongste - 

Onze boom is één grote, kleurige toverbal. Geen stemmig geheel, geen overheersende sfeer, kleur of stijl. Maar een mengeling van nostalgie, geschiedenis en herinneringen.

-  Jongste zocht eens een Koekiemonster voor zijn broer uit - 

We hebben hangers van mijn ouders, schoonouders én ouderlijk huis. En ja, dat zijn drie huishoudens en geen twee - ik ben niet in de war. Nog niet.

- en Oudste koos Peppa Big voor zijn broertje -

Ook kocht ik in het geboortejaar van Oudste iets speciaal voor hem. En het jaar daarna weer en voor ik het wist was ik een gezinstraditie begonnen. Nog steeds koop ik elk jaar iets voor beide jongens, soms met hun hulp, voor in de boom. Met het idee dat als zij ooit op zich zelf gaan wonen, ze elk hun eigen doos met kerstboom versiering mee krijgen.

- Deze kreeg ik van mijn vader - 

Wanneer het zover is, blijven wij dus samen achter met een behoorlijk lege boom.
Niet helemaal leeg hoor. Want de laatste jaren krijg ik van mijn vader ook allerlei bijzondere en symbolische kersthangers. Die zijn me dierbaar.


Dus hij staat, de boom. Ik heb alles weer door mijn handen laten gaan en heb het met zorg een plekje gegeven. Hij straalt. Ik vind het weer een plaatje. 

Morgen de piek er nog op en dan is hij helemaal klaar voor de laatste weken van 2020.



donderdag 10 september 2020

De appel en de boom

Drie jaar geleden ontdekte Oudste de tuincentra. 

Wij namen dat jaar de jongens in de herfstvakantie mee, voornamelijk om ze eens een echt groot verlicht en bewegend kerstdorp te laten zien. Zeg maar de héle grote reuze broer van wat we thuis hebben. Oudste keek zijn ogen uit, maar deed dat vooral op de plantenafdeling.


Kort daarna wilde hij er weer heen, maar toen om voor zichzelf (kleine) plantjes te kopen. Waarbij het dan wel de bedoeling was dat ik ze ging verzorgen. Hij kende zijn eigen tekortkomingen zal ik maar zeggen.


Sindsdien komt hij er elke decembermaand, omdat hij er goed kan slagen voor kerstcadeautjes. 
Zo kocht hij al voor zijn broer een Efteling sprookjesboom-plant, voor zijn ene opa een enorm groot vogelhuis op een paal, voor Sjors een krabpaal en voor andere opa bloeiende cactusjes. Waarvan we trouwens na maanden pas ontdekten dat de bloemetjes er op gelijmd waren.


Vorig jaar zei hij dat hij wel fruitboompjes zou willen hebben, om te kijken of het zou kunnen lukken om er fruit aan te krijgen. Dat was lekker getimed, want we hadden toen net de tuin door ome Aad leeg laten trekken, waarbij de grote Catalpa als eerste sneuvelde. Het kwam niet echt in onze plannen voor om opnieuw een boom in de tuin groot te laten worden.


Maar ach, een compromis konden we wel sluiten. Hij mocht er eentje uitzoeken en die zouden we dan apart in een bak zetten en voorlopig daar laten groeien. Eerlijk gezegd dacht ik toen aan een kortstondig project. Ik dacht dat de aandacht vanzelf zou verslappen als de boom wel zou groeien, maar geen fruit zou geven.


Hij koos een appelboom en wel een Elstar, want die kende hij van de fruitschaal.
En warempel, in het voorjaar kwam er bescheiden maar prachtige bloesem aan de boom en zaten de takjes vol in het blad.


Groot was vooral mijn verbazing toen er dit jaar allerlei kleine vruchtjes onder de bloesem vandaan kwamen. Waarvan er enkelen bleven groeien en warempel op mini appeltjes gingen lijken.


Ik zag niet voor me dat de nog dunne takjes van dit jonge boompje een normaal formaat appel kon dragen. Maar. Wat had ik het mis.


Van de vier appeltjes viel er één voortijdig van de boom, kreeg er één bezoek van een schimmelachtig beestje, maar werden er twee hele serieuze appels. De tak boog steeds verder door, maar tot op de dag van vandaag hangt de grootste Elstar nog steeds in de boom.


Hoog tijd dat ik Oudste ga vragen welke eindbestemming hij voor de appel in gedachte heeft.