Posts tonen met het label Sjors. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sjors. Alle posts tonen

woensdag 3 maart 2021

Zeven of vijf?

 In 2013 ging een wens van de jongens in vervulling. Er kwam een katertje bij ons wonen. Luisterend naar de naam Fritsie.

Onze wannabe dierendokter van toen elf jaar oud, vond het erg nodig dat onze harige vriend een eigen fijne luierplek zou krijgen. Hij had zijn oog laten vallen op het hok dat een nichtje van ons voor haar hondje had gemaakt. 

Dus zette hij zijn allerliefste gezicht op en vroeg de hokkenbouwer - die zichzelf mijn neef noemt, terwijl wij geen enkele bloedband hebben, maar oh wat wens ik iedereen zo'n neef toe, want het is een topper - of hij misschien samen wilde knutselen.


En dat wilde hij wel. In de tuin en het knutselschuurtje werd er druk getimmerd, gezaagd en geverfd.


Tot er een prachtig hok stond. Met loopplank en de naam van Fritsie er op. 
Ik kocht er een passend zacht kleedje bij, qua kleur perfect matchend. Het had zo in een magazine gekund.

Thuis gekomen kreeg het hok een prominente plek in de woonkamer en kon Fritsie zijn intrek nemen.

Maar dat deed ie niet. Niet echt tenminste.


Hij benaderde het van alle kanten, maar nam nooit de hoofdingang. Wanneer hij er met zachte dwang in werd gezet, wandelde hij er even zo vrolijk direct weer uit.

Het werd jammer genoeg nooit een match, hij en het hok.

Rond zijn eerste verjaardag sloeg het noodlot toe en moesten we hem ten gevolge van een akelig kattenvirus in laten slapen. Wat een verdriet in Huize Schuurmans.

Later kwam onze troost kat Sjors, een half broertje van Fritsie. Het plan was om de letters van het hok te vervangen door vijf nieuwe letters. Maar ook Sjors verzette geen poot richting dit prachtige slaapverblijf.

Als eerbetoon bleven de zeven letters staan en het hok werd een sta in de weg. 
Te mooi om weg te doen.

Diverse keren verhuisde het van de ene dooie hoek naar een andere. Totdat we een week of twee geleden de man cave opruimden en daar een plek vrij kwam.


En zoals zo vaak, juist als je het niet meer verwacht gebeurt het dan toch.

Totaal ontspannen, helemaal op het gemakkie, ligt Sjors er nu uren achtereen te maffen. Met op de achtergrond het geluid van de PlayStation, de TV, online school meetings en rondvliegende darts.

Dus nu doemt opnieuw de vraag op. Blijven het zeven letters, of maken we er toch vijf van?

donderdag 27 juli 2017

Ach.....

Zodra het buiten licht wordt en de vogels beginnen te fluiten, word Sjors onrustig. Wil hij naar buiten. Vanmorgen was dat even voor 6 uur. Een latertje, want het komt vaker voor dat het al om 4 uur of half 5 is. 

Hij blijft dan miauwen, onophoudelijk. Nou, ga er dan maar uit om hem de tuin in te laten. Want slapen doe je sowieso niet meer. Of je nou blijft liggen of niet.

Een kattenluik zou in dit geval een uitkomst zijn, maar jammer genoeg is er geen plek waar we dit netjes kunnen aanbrengen. Aan de voorkant van het huis zit een kunststof deur en kozijn. Aan de achterkant een schuifpui.

Dus staan we op, doen we het vouwgordijn omhoog, ontgrendelen we de schuifpui en doen we hem open. Sjors stuift dan altijd naar buiten.

In omgekeerde volgorde doen wij daarna dezelfde handelingen en gaan weer naar boven. In de hoop toch nog even in slaap te vallen. Als we daarna echt opstaan, laten we Sjors weer binnen.

Maar vanochtend ging het anders. Ik deed het vouwgordijn omhoog en zag hem zitten. Zielig, in elkaar gedoken. Tja. Zó hoef ik de kat er niet uit te laten. Dat is wél heel erg makkelijk vogeltjes vangen.

Ik zette Sjors weg in de gang en ging zelf de tuin in. Knielde neer naast het vogeltje. Deed nog een voorzichtige "kssst". Maar er gebeurde niets. Hij bleef zitten. Daar zat ik dan. Met een ziek vogeltje en een miauwende kat.

Nadat de pui weer dicht was, deed ik de gangdeur open.


Sjors bleef héél rustig. Ging er voor zitten. Nam de situatie goed in zich op. Ging niet wild doen A omdat hij naar buiten wilde en B omdat hij daar een vogel zag. Gewoon niet. Of hij het in de gaten had, dat dit gedrag hier niet op zijn plaats zou zijn.

Het liefst zou ik de vogel oppakken en weg zetten. Maar ja. Waar dan? Er lopen overal katten rond. En daarbij. Dat durf ik eigenlijk helemaal niet.

Na een minuut of 5 draaide hij zich om en liep naar de trap. Keek me aan met een blik van: 'Kom, we gaan. Laat hem maar met rust.' Eenmaal boven vielen wij in slaap. Terwijl Vogel zijn laatste adem uitblies.

Want toen we later beneden kwamen, lag hij ondersteboven. 
Ik weet heus dat ik er niets aan kan doen, maar waarom voelt het dan niet zo?

woensdag 28 december 2016

Spreeuw op bezoek

Mijn hartslag is nog steeds verhoogd.

Ik zit vanavond alleen beneden. Jongste is in zijn kamer, Oudste is bij een vriend en De Baas in Huis is aan het werk. Ik ook. Ik strijk.

Plots hoor ik gestommel in de tuin. Er bonkt steeds iets tegen de schuifpui aan. Als ik die kant op kijk, zie ik Sjors kleine rondjes rennen. Dan weet ik hoe laat het is. Hij heeft iets gevangen. Ik neem aan een muisje. Ik denk dat het een slim muisje is, want hij laat de kat rennen en is dus nog niet definitief gepakt.

Ik bedenk dat ik Sjors ga laten schrikken en hoop dat muis gebruik van dit moment maakt en ongezien de benen neemt. Als ik de schuifpui met veel kabaal open, wordt direct duidelijk dat de vlieger niet op gaat. Er plopt iets zwarts naar binnen, duidelijk groter dan een muis. Nee hè, toch geen rat? Sjors plopt er achteraan. Nu zitten ze samen binnen. Lekker gedaan Sjaan.


Ik gluur de hoek in waar het beest is gaan zitten en zie tot mijn verbazing dat het een vogel is. Een vogel? Waar heeft ie die dan vandaan? Het is altijd gezellig vogel-druk in onze tuin, maar nooit als het donker is. Dan heb ik er echt nog nooit eentje gezien.


Sjors maakt geen haast, maar zit Vogel op zijn gemak te observeren. Ik doe hetzelfde en vraag me af hoe 'kapot' hij is. Want wat moet ik er dan mee? Binnen geen overlevingskans met Sjors op zijn hielen en buiten eigenlijk ook niet. Wanneer ik meubelstukken verplaats om Vogel ruimte te geven, zie ik dat hij zich vrij makkelijk over de grond verplaatst. Ik besluit Sjors de kamer uit te jagen en sluit hem op in de gang. Wanneer ik nog meer ruimte vrij maak rondom Vogel, slaat hij zijn vleugels uit. Ja, hij doet ut!


Hij vliegt van voor naar achter en neemt plaats in de kerstboom. Ik probeer hem richting schuifpui te sturen, maar daar snapt hij niets van. Hij vliegt heen en weer en maakt tussenlandingen op het toetsenbord, het aanrecht en ploft ook midden in de kerststad neer. 


De verwarming zet ik uit en ik klap het keukenraam wagenwijd open. Nu is er voor en achter in de kamer een ontsnappingsmogelijkheid. Maar ik vergeet dat ik de lichten uit moet doen, als ik wil dat Vogel één van deze uitgangen neem. Wanneer hij op het gordijn gaat zitten, is hij maar tien centimeter verwijderd van zijn vrijheid, maar hij ruikt en voelt dit blijkbaar niet.


Na een half uur denk ik 'dit gaat me nooit lukken'. Hij is snel, beweeglijk en ik durf hem niet te pakken. De Baas in Huis is nog lang niet thuis, ik krijg het koud en word gek van het continue gejank en geklaag van Sjors van achter de deur.

Dan denk ik aan Buurman-collega en ik stuur hem een berichtje. 


Hij reageert direct en is bereid hier de held te komen uithangen. Als hij uitgelachen is, heeft hij hem met behulp van een theedoek snel te pakken. Vogel houdt zich heel rustig en laat zich goed bekijken. We zien geen verwondingen.
In de tuin spreidt hij zijn handen. In plaats van uit te vliegen blijft Vogel op zijn gemakkie om zich heen zitten kijken. Als wij beginnen te twijfelen, of hij misschien toch gewond is, strekt hij zijn vleugels en vertrekt. Over de coniferen, de wijde wereld in.


Je máákt wat mee op een gewone woensdagavond.............

vrijdag 9 september 2016

Gekke kat

We hebben een leuk tuintje. Een groene plek om vanuit de woonkamer tegenaan te kijken. Een fijne plek om met een drankje en een boekje te zitten. Naar de vogels te kijken. Gewoon, dicht bij huis, even buiten te zijn.

Sjors vindt het er ook prettig. Hij snuffelt er in de wind. Jaagt er op vogeltjes, muisjes en kikkers. Ligt er te luieren in het zonnetje. Ook doet hij er zijn balans en rek- en strekoefeningen.


Er staat al een jaar of zestien een Catalpa in ons tuintje. In het najaar snoeien we alle takken terug, zodat er een compact bolletje overblijft. 

Een paar keer per dag klimt Sjors van onderaf de stam in, tot hij er bovenop zit. Maakt dan een sprong naar rechts en landt daarmee bovenop de schutting. Daarna loopt hij via de bovenkant van de schutting richting de kleine schuurtjes. Vervolgens gaat hij daar in het zonnetje de boel liggen overzien, of gaat van daaruit verder op ontdekkingsreis.


In de zomer is er een kink in de kabel. Kijk (zie boven) Dan zit er een heel bos van takken en bladeren op de Catalpa. Dan klimt Sjors tot onder het blad in de boom, en springt van daar af op de schutting.


Zag ik van de week ineens dit (zie boven).


Zit die gekke kat midden in die bladeren massa. Op zijn gemakkie. Lekker lui.


Hij heeft er de hele verdere middag zo gezeten. 

In de zomer niet bovenop de Catalpa kunnen zitten? Maak dat de kat wijs!

dinsdag 16 februari 2016

Slaapplaats

Hij was ernstig in de war, onze Sjors. Gedesoriënteerd. De weg kwijt in zijn eigen huis. 

Want, wij zijn aan het klussen en veranderen in huis. Dat heeft effect op zijn meest favoriete plekjes. Ik schreef er hier al eens over.

Hij had het gevonden, toen. Hij lag er heerlijk, daar hoog in die kast, tussen de kleding van de baas.

Om de kast heen verdwenen allerlei meubeltjes, zodat de hoge plek steeds minder goed bereikbaar was. Maar hij was slim, lenig en behendig en vond altijd wel weer een weg naar boven.

Toen brak de periode aan dat ik de inhoud van deze kast naar elders kon verplaatsen. Omdat ik in een andere vleugel van ons huis, een hoop spullen weggegooid, -gegeven of -gebracht had. En daar dus ruimte was gekomen.

Op een dag was zijn lig-kast leeg. En erger nog, hij werd uit elkaar gehaald en naar de vuilstort gebracht. Net als de fijne stoel uit de kamer van Oudste, waar hij graag lag. Gelukkig stond er in de lig-kast-kamer nog steeds een bed. Wél zonder ombouw, maar nog mét matras en dekbed. Ook lekker zacht. Eind goed, al goed.

Dacht hij.

Want toen onze nieuwe slaapkamer-ruimte opgeleverd werd, verhuisde het bed daarheen. Toen wist hij het even niet meer. Bed weg en de sufferd kon niet vinden waar het gebleven was.

Dat onze haarbal niet voor één gat te vangen is, bleek wel op de dag dat Jongste zijn schoolboeken uit zijn kast ging pakken. Hij vond het al vreemd dat één van de deurtjes op een kiertje stond.


Tadááááá!


Een alternatief heeft hij inmiddels ook ontdekt.


Hoog en droog.


Ook het bed heeft hij inmiddels terug gevonden.


De rust, zijn rust, is weergekeerd. Maar het is mij nog steeds een raadsel waarom hij zijn hok blijft negeren. Ik zou het wel weten als ik kat was.

donderdag 19 november 2015

Verstoppunt #323

We hadden de hoop nog niet opgegeven. Zo héél af en toe kruipt Sjors in het bloedmooie hok dat hier voor hem klaarstaat. Maar lang duurt het nooit.


Elders in huis heeft hij zo zijn favoriete plekjes. De stoel in de kamer van Oudste. Ons bed. De vensterbank, achter het rolgordijn, waar hij zich van de zomer zo lang schuil wist te houden voor opa.

Toch waren we hem al een paar keer weer echt kwijt geweest in huis. Op al deze plaatsen was hij niet. Hij móest in huis zijn, dat wisten we zéker. Helemaal toen hij na een paar uurtjes doodleuk de trap af kwam lopen. Maar wáár had ie dan gezeten? We waren alle vier het hele huis doorgelopen. Roepend en al.


Tot we hem in de peiling kregen.

Dit is onze slaapkamer op de bovenste verdieping. Chaos troef. Omdat we in twee kamers aan het klussen zijn en de inhoud ervan onder andere in 'ons hok' ligt. Onze slaapkamer gaat als derde kamer straks ook op de schop. Ter voorbereiding zijn bijvoorbeeld de deuren van de linnenkast al naar het grof vuil gebracht. Tel daarbij op dat ik lang niet zo netjes en strak georganiseerd ben als jullie allemaal denken. Et voila. Ziet het er zo uit.


Dan zie je nog wel eens iets over het hoofd.


Want daar ligt onze harige vriend tegenwoordig dus het allerliefst.


Tussen de sportshirts.

vrijdag 6 november 2015

Springpunt #310

Hij heeft zo zijn voorkeur. 

Het liefst zit hij hoog. Op de schutting. Op het schuurdak. Op het schuurdak van de buren.

Maar het allerliefst zit hij boven op de catalpa, die in onze tuin staat. Omdat deze in de zomer vol grote takken en bladeren zit, kan hij er dan echt niet meer in klimmen.
Maar met het vallen van de blaadjes, wordt deze boom elk najaar kort en kaal geknipt, tot op de stam.


Hij heeft dat haarfijn in de gaten en heeft niet het geduld te wachten tot alle takken er af zijn.

Zodra de betakking minder dik is, springt hij er al in.



Als onze klus geklaard is, zit hij weer als vorst bovenop de knot.



Onze Lion King.

dinsdag 6 oktober 2015

Punt van afschuw #279

Hij luistert naar zijn naam, onze Sjors.

Als hij buiten is en ik roep hem, dan staat hij binnen een halve minuut in de tuin.
Behalve als hij te ver weg is en me dus niet kan horen.  Dat gebeurt vaker de laatste tijd. Hij loopt dan "om de hoek" langs de waterkant aan de Kerkweg.

Hiermee vergroot hij ook zijn jachtgebied.

Tot op heden ving hij muizen, vogels en kikkers. De tel zijn we na de twintig muizen, drie vogels en vijf kikkers kwijtgeraakt. 

Langs de waterkant zitten weer andere dieren. Eén daarvan bracht hij vanmorgen mee. Eerst nog levend. Eenmaal dood moesten we erg ons best doen om hem af te pakken. 
Zo eindigde dit leven in een GFT-bak.


Het was een rat. Gadverdamme!

dinsdag 25 augustus 2015

Herstelpunt #237

Het gaat echt goed met onze Sjors. We zijn hartstikke blij.

Sinds gisteren zit er weer pit in. 

Hij huppelt weer rond, in plaats van dat hij sjokt.

Hij praat weer tegen ons.

Hij jaagde gisteravond binnen een uurtje één kikker én één muis bij elkaar.


Hij vindt zijn snoepjes weer lekker. Jongste probeert hem kunstjes te leren. Hij droomt al over meedoen met Holland Got's Talent.


Dat praat ik nog wel uit zijn hoofd.

vrijdag 21 augustus 2015

Zorgenpunt #233

Hij is ziek, onze Sjors.

Twee dagen achter elkaar zaten we bij de dierenarts.

Hij kreeg pillen en injecties.


Wij de rekeningen.


Ik werd er bloednerveus van.
Onwillekeurig dachten we alle vier aan Frits. Het zal toch niet..........?

We stoeien met dekens en pilletjes, maar hij lijkt aan de beterende hand. Eet weer. Loopt weer buiten. Hij mist nog wel de pit en de power.

Ik doe nog maar eens een schietgebedje.

dinsdag 18 augustus 2015

Verwenpunt #230

We wilden geen bedelaar.

Dus vanaf de dag dat hij bij ons woont, weren we hem van de tafels en geven we hem nooit iets anders te eten dan zijn eigen voer.

We hebben ons niet in de verleiding laten brengen om hem een stukje worst te geven, koek of andere dingen die hij wél lekker vindt ruiken.

Het heeft iets opgeleverd.
Toen hij net bij ons was, was hij een rover zodra er eten in de buurt was. Hij sprong altijd erbij, daar waar eten was. Probeerde dingen weg te grissen met zijn pootjes en zijn bek. Sprong steeds op schoot.
Inmiddels doet hij dat helemaal niet meer. Die missie is dus geslaagd.

Pas na zijn eerste verjaardag - april 2015 - geven we hem voor het eerst af en toe een kattensnoepje.
Hij kwam dan enthousiast snuffelen, maar opeten deed hij het eigenlijk nooit. Gek beest.


Maar nu hè, nu. Hebben we iets gevonden, wat hij G.E.W.E.L.D.I.G. vindt.


Zo leuk om te zien en fijn om hem af en toe met iets lekkers te kunnen verwennen.


zaterdag 15 augustus 2015

Herenigingspunt #226

We zouden hem zaterdag ophalen. Want 13.00 uur, de uiterlijke tijd om hem op vrijdag te halen, was voor ons te vroeg.
Maar we misten hem en wilden eigenlijk geen van allen zonder hem thuiskomen.

Dus seinden we het Dierenhotel in en zetten we vanochtend extra vroeg de wekker.
Met nog een half uur speling arriveerden we in Alphen. 

Zodra we het binnenplaatsje op kwamen, waar het buitenverblijf van de katten aan grenst, had Sjors ons in het vizier. Begon te miauwen en ook steeds harder en harder. Hadden wij vooraf getwijfeld of hij ons nog wel herkennen zou, dan was hier het antwoord.
Nou en of!

Volgens de verzorgster was hij heel rustig en op zichzelf geweest. Zocht geen contact met hen en de andere katten. Zat meestal op "zijn plankje" aan de open wand, met zijn snuit zo dicht mogelijk bij buiten. At niet mee met hun blikvoer, maar alleen wat brokjes.

Maar toen wij er waren kwam er leven in het beestje. Hij liet zich gewillig oppakken wat bij de verzorgster een 'aahhhh'  ontlokte. Zo aanhankelijk hadden zij Sjors nooit gezien.
We zetten het reismandje op tafel en hij dook er direct in. Alsof hij zeggen wilde "Wegwezen hier en snel een beetje!"

Nu zijn we thuis. Met zijn vijven. Heerlijk.

Sjors lijkt enorm blij. Hij wijkt niet van onze zijde, miauwt als hij ons even niet ziet, viel als een beest aan op zijn eigen vleesvoer en gaat steeds liggen kronkelen om aangehaald te worden. Zijn pootjes zijn weer wit, omdat hij bijna twee weken niet buiten heeft gestruind. Het is Zwaan Kleefaan. Vooral als hij Wimmie niet zien, wordt hij wat paniekerig. 

Hij lijkt tot rust te komen. Kan toegeven aan volledige ontspanning. Slaapt veel. We denken dat hij in het hotel continu op zijn hoede is geweest en alert. Dat hij er bepaald niet tot rust is gekomen.

Het was een project. Een keer alleen thuis en een keer logeren.
Logeren was voor ons het minst belastend, want we hoefden anderen niet te  vragen elke dag naar hem toe te gaan. Hij heeft het qua zorg en aandacht er goed gehad.
Maar aan zijn gedrag te zien, denken we dat hij het alleen thuis net iets fijner vond.

Hij lijkt nu wat last van verlatingsangst te hebben. We gaan hem vertroetelen met veel aandacht.

En voorlopig gaan we niet meer weg.





maandag 3 augustus 2015

Logeerpunt #215

Het is een raar soort toeval.

Alphen aan de Rijn. Vanaf de namiddag in het nieuws wegens een bizar kraanongeluk daar.

Wij waren vanmorgen in Alphen aan de Rijn. Voor en met Sjors.

We brachten hem uit logeren bij een dierenhotel. Geen idee of we er goed aan doen, maar het is het proberen waard.
Opnieuw alleen thuis, en nu voor twaalf dagen, voelde ook niet zo goed. Dus mocht - herstel: moest - hij mee in de warme auto.

Bij Hoeve Beestenspul is hij ingedeeld in de Blauwe Kamer.
Er is een binnen- en overdekte buitenruimte. Overal bakken water en brokjes. Mandjes, hokjes, plankjes.
En waar je ook kijkt: katten. Ze zijn met zijn negentienen.
Als hij maar een beetje op mij lijkt en af en toe de behoefte heeft om zich rustig terug te trekken en even op zichzelf te zijn, gaat hij het slecht hebben hier. Want dat kan niet. Ze zitten overal.

Als we zijn reismandje neer zetten wil hij er niet uit. Ik snap dat, met al die priemende oogjes om hem heen. Hij krijgt een halsbandje om en uiteindelijk heb ik hem brommend en grommend uit zijn veilige schuilplaats.

Hij duikt in elkaar, maar schuifelt wel voorzichtig op onderzoek uit. Hij heeft geen dikke staart en kruipt niet in een hoekje. Uiteindelijk belandt hij op een plankje voor een raam.

Daar laten we hem, na wat laatste knuffels, achter.

Het voelt heel dubbel. Maar alleen thuis is ook niet alles. Als ik het maar vaak genoeg hardop zeg, ga ik het misschien geloven.