maandag 12 april 2021

Steun de horeca in Leiden

 zondag 21 maart 2021


Een gezamenlijke vrije zondag, gaf ons weer de kans om een 'steun-de-horeca-wandeling' te doen. 
Na twee keer Delft, en een keer Dordrecht en Vlaardingen te hebben aangedaan, kozen we nu voor Leiden. Een half uurtje rijden en voor ons een stad die we helemaal niet goed kenden.


Haagse Robbie en zijn vrouw wilden weer aansluiten en dus spraken we af bij Museum Volkenkunde, naast de Morspoort uit 1669. Dit is de westelijke stadspoort van Leiden. Dit rijksmonument, een poort met een achtkantige koepel, deed lange tijd dienst als gevangenis en is nu één van de twee nog overgebleven oorspronkelijke acht stadspoorten.


Al wachtend doodden we de tijd met het oppikken van een geocache. We waren er tenslotte toch. En het spotten van dit pandje, waarvan mijn zusters hart toch even sneller ging kloppen.


Na een eerste koffie-to-go begonnen we onze wandeling. Geen stap voor stap beschrijving, maar een uiterst summiere plattegrond dit keer. Maar daarvoor hadden we onze eigen speurneus in ons midden. No problemo.


Hier leerde ik al het eerste feit over Leiden. Rembrandt van Rijn is er geboren. In 1606 als 9e kind van een molenaar. We liepen over de Rembrandtbrug, door de Weddesteeg over de Rembrandtplaats. 
Langs zijn geboorteplek. Zijn geboortehuis zelf is helaas door de stad afgebroken.


Via het Noordeinde liepen we over de Oude Varkenmarkt. Daar passeerden we deze gerestaureerde Doelenpoort. Deze stamt uit 1645 en gaf vroeger toegang tot de Leidse Schutterij. 


Van daaruit langs de gebouwen van de universiteit. Tot we uitkwamen bij de Horus Botanicus aan de Rapenburg. 


De oudste botanische tuin van Nederland, aangelegd in 1590. Hét groene hart van Leiden. 


Als het land weer open gaat, zou ik hier graag eens terugkomen.


Vanaf hier gingen de heren op jacht naar het eerste biertje.

 

In de Bakkersteeg vonden we Babbels, waar net het reclamebord buiten gezet werd en de deur geopend. Je mocht er niet buiten zitten, geen bier uit een flesje drinken én niet van het toilet gebruik maken.


Officieel dan. Wij deden het alle drie. Met voor de dames een smoothie. Reuze gezond, zo'n wandeling hè?


Het was fris en winderig, dus al snel vervolgden we onze weg.


Er viel van alles te zien en ontdekken onderweg.


Hier moesten we aan Rapunzel denken. Het was niet te herleiden of de plant nu vanaf de grond omhoog groeide, of juist vanuit het raam naar beneden.


Aanbeland in de Kloksteeg...


...liepen we tegen de Pieterskerk aan. Een laat gotische kerk en de oudste kerk van Leiden. Deze kerk is opgebouwd in fases, omdat er niet altijd financiële middelen voorhanden waren. Uiteindelijk heeft het hele bouwproces 180 jaar gekost.


Van daar vervolgden we onze weg langs het stadhuis, langs de Nieuwe Rijn over de Vismarkt, recht op de historische Koornbrug af. Nu waren we in het hart van de stad. Al in 1642 werd van deze brug de eerste steen gelegd. Alleen de onderkant stamt nog uit deze tijd. In 1824 werd de overkapping geplaatst, om zo de koopwaar te beschermen.


Eeuwenlang werd er op deze brug koren - wat anders? - verhandeld. Onder het dak werd het koren opgeslagen. De gaten in het plafond dienden als ventilatie. 
In 1978 vond er een restauratie plaats, waarbij alle zuilen vervangen werden en er een gedeeltelijk vernieuwde kapconstructie ontstond.

In maart 2007 vond er nóg een restauratie plaats, wegens aantasting van de brug door houtrot en schimmels. Ik vind het geweldig hoe deze stad omgaat met haar historische gebouwen en daar zuinig op lijkt te zijn.


Inmiddels was ik dan ook aardig gecharmeerd geraakt van deze stad. Ik wist niet dat het zoveel mooie gebouwen bevat.

Opeens stonden we voor een volgend hoogtepunt: de Burcht van Leiden.
Het bevindt zich hoog boven en midden in de stad, op een kunstmatige gras heuvel. Op de plek waar de twee armen van de Rijn samenvloeien. In de 9e en 10 eeuw was deze locatie een omheinde vluchtplek voor mensen en hun vee tegen mogelijke belagers.

De burcht heeft tegenwoordig een doorsnede van 35,5 meter en het muurwerk is gemiddeld 6,2 meter hoog. Het deed echt sprookjesachtig aan.


"We gaan toch wel even boven kijken? " De helft vond van niet, maar mijn helft ging deze kans niet aan zich voorbij laten gaan. Natúúrlijk ging ik die klim naar boven maken. Boven gekomen liepen we de burcht rond en dit gaf vanuit verschillende hoeken een prachtig uitzicht over de stad.


Echt, ik waande me bijna in het buitenland.


Kijk dan hoe imposant, die Hooglandse Kerk. 


Beneden gekomen waren we weer een kwartet en vervolgden we onze wandeling.


Langs de watertjes waar mensen bootjes voor hun huizen hadden liggen. Of een trap, waarschijnlijk om hun duikboot te bereiken.


Na weer wat (kilo)meters lopen waren we bij de Zijlpoort. De tweede overgebleven stadspoort. 
Hier eindigde onze officiële wandeling. Beetje apart, want we waren nog niet terug bij het beginpunt. Deze wandeling was dus geen rondje. Maar ach. Wij hadden onze speurneus bij ons.


Die loodste ons terug via de binnenstad en langs de Hartebrugkerk in de Haarlemerstraat. 


Of eigenlijk, er dwars doorheen, want we hebben er allemaal een kaarsje ontstoken. 

Toen hadden we er negen kilometers op zitten en trek. Met een broodje gyros sloten we deze middag af. Samenvattend: Leiden is een prachtige stad. Gaat dat zien!

maandag 5 april 2021

Paas Koekies

 Pasen 2021

Het kan jullie niet ontgaan zijn. Het afgelopen jaar heeft ons met zijn allen heel wat gebracht aan ellende en rampspoed. Maar het heeft mij ook een nieuwe hobby opgeleverd.

Ik ben meer aan het bakken geslagen en mijn ontluikende liefde voor zoetigheid is redelijk onbeheersbaar geworden. Het creëren ervan dan hè, want als het over opeten gaat heb ik discipline - ja, dan wel - en versta ik de kunst van af- en weggeven best goed.

Koekjes vind ik extra leuk. Ik word steeds handiger in het prutsen met royal icing en spuitzakken. Binnenkort zal ik wel weer eens iets laten zien.

Maar dit weekend had ik een nieuw project. Fondant.


Ik liep namelijk bij de grootgrutter tegen een bak aan waar een stuk of tien doosjes van Dr. Oet*ker in lagen. Normaal ben ik niet zo van die kant- en klaar pakken. Omdat er dan dingen in zitten die ik niet nodig heb of liever bij de molen koop. Of er zit een wegwerp bakblik bij, dat ik al in mijn kast heb liggen, voor de hoofdprijs.


Maar dit doosje trok mijn aandacht. Wat zou er in zitten? Ik vond het verrassend gevarieerd en compleet.


Met koekjesmix, drie kleuren fondant, twee kleuren glazuur én een koek uitsteker in de vorm van een (Paas)ei. En tussen de vele tientallen vormpjes die ik al heb, zit juist deze niet. 

Uitstekers koop ik meestal via de post, dus komen er altijd nog verzendkosten bij.
Dit pakketje lag voor €5,95 in de winkel. Geen geld voor wat je ervoor krijgt.

En omdat ik nog niet vaak koekjes maakte met fondant, dacht ik: 'Doe eens gek. Ik ga het een keer op deze manier proberen'.



De beloofde twintig koekjes haalde ik er niet uit, maar zeventien was ook meer dan genoeg. Waarschijnlijk waren mijn koekjes een paar millimeter dikker dan berekend, dan krijg je dat.


De hoeveelheid fondant bleek ruim voldoende voor dit aantal.

Het was een heel geklei en geknutsel, maar met het nodige geduld was ik uiteindelijk best tevreden met het resultaat. Het was een vrolijk geheel geworden.


Ik vond het wèl echte kinderkoekjes geworden. Dus nadat de grootste kinderen van achttien en éénentwintig ze getest en goedgekeurd hadden, gingen ze vandaag mee naar de belhamels van de Rembrandtlaan. 


Ik zei het toch. Weggeven is leuk.


donderdag 1 april 2021

Op een onbewoond ei-hei-land

vrijdag 27 februari

Met een gezamenlijke vrije vrijdag in beeld, maakten we wandelplannen. Want hé, wat konden we anders?

Zochten we eerst naar een nieuwe horeca wandeling, bedacht hij toch iets anders.

Als je ons beter kent, weet je dat we geocachers zijn. Het brengt ons op unieke plekken, geeft een extra dimensie aan wandelen en doet een beroep op ons creatieve denk- en oplossend vermogen.

Hij had zin in avontuur. En wist in de buurt nog één en ander te liggen, waarbij het geen gewone wandeling zou worden. Maar banjeren over akkers en door weilanden, het aandoen van een onbewoond eiland en misschien wel slootje springen.

Het zonnetje scheen, dus waarom ook niet. We schoten onze schoenen en hij-mag-vies-worden-broeken aan en fietsten richting Woudweg, voor het begin van een serie langs het boerenlandschap.

Bij de boer parkeerden we onze fietsen en begonnen we ons een weg te banen naar het kleine eilandje, waar de eerste cache van deze dag verstopt zou liggen.


Ooit, in het begin van onze cache carrière lag er ook al een cache op deze plek.
Ik kan me nog goed herinneren hoe spannend we het toen vonden, om zomaar over andermans land te lopen. "Kunnen we dit wel maken?" Dertien keer omkijken onderweg of niemand ons zag of erger nog: terugriep. Maar met inmiddels een flinke dosis ervaring rijker, wisten we dat de boer ons hier juist uitnodigt om zijn mooie land te bewandelen en bekijken. En omdat er een nieuwe verstopplek op dit eilandje was gecreëerd, konden we er nóg eens op.


Kijk. Daar bij die pijl ligt het. Ziet er zo niet uit als een eilandje hè? Maar het is het heus wel. Zie maar eens op de volgende (lucht)foto.

~ foto van geocachen.com ~

Dit eilandje stond vroeger bekend als het geriefbosje.
Uit het geriefbosje haalde de boer zijn hakhout dat in en om het huis werd gebruikt. Vaak worden deze geriefbosjes verward met een pestbosje. Een pestbosje is waar de boer het vee begroef dat aan de veepest overleed.
Deze pestbosjes liggen vaak in een hoek van het perceel, zo ver mogelijk bij de boerderij vandaan.
Naast dit grote verschil is een geriefbosje juist op een eiland aangelegd, met een slootje eromheen, om het jonge hout te beschermen tegen het vee.

Afijn. Het eilandje zou te bereiken zijn door slootje te springen. Maar van de jaren-terug-ervaring wisten we nog dat er toen een ernstig gammel plankje lag.
Wat bleek? Het lag er nog, maar was door de tand des tijds nog meer aangetast. Tel daarbij op dat er veel regen gevallen was, zodat de waterkant nogal drassig was. En als bonus onze tellende jaren, waardoor onze souplesse er niet bepaald op vooruit was gegaan.

We waren het er al snel over eens dat hij van het sterke geslacht was. Ja, nu wel ja. Hij mocht dus eerst.


Ik geef eerlijk toe dat ik foto's maakte om zijn eventueel legendarische glijpartij het water in vast te leggen. Is niet gebeurd.

Ook ik bereikte de overkant en al snel vonden we wat we zochten.

Hier vandaan stuurden de aanwijzingen ons over de poldergrond en landerijen.
Het was de kortste weg om het eilandje via de achteruitgang te verlaten.


Maar daar lag weer zo'n gammel plankje boven een nóg grotere oversteek.
We besloten deze uitdaging uit de weg te gaan en via de vooringang het terrein te verlaten.

Al klunend, wat vooral een uitdaging voor zijn kniebandjes was, verplaatsten we ons richting de volgende verstopplaats. Slootje springen was één manier om er te komen. Maar voor de speurneuzen zoals wij die iets verder keken dan hun neus lang was, waren er eenvoudiger opties. En waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan. Hebbes!


Weer een hindernis overwonnen.


Hierna wandelden we nog een rondje door de polder en waren we na een kilometer of wat terug bij de fietsen.


Voldaan, opgefrist en met rozige wangen.

Inmiddels is het broedseizoen begonnen en kunnen deze caches tijdelijk niet bezocht worden.
Na 15 juli zijn ze weer toegankelijk.

maandag 22 maart 2021

Eendje

 


Er zijn jaren geweest, dat ik er zo'n vier keer per jaar was. Dat is niet heel vaak, maar er was wel regelmaat.

Was het belangrijk? Nee, eigenlijk niet. Niet voor mij.

Het was een fijne plek om te zijn, vanwege de algehele stilte en rust. Maar ik vond haar er niet. 

Ik vond en vind haar op andere plekken en momenten. In gebeurtenissen, herinneringen, personen, uitspraken en spullen.


Ik zie haar bewegingen, de fronsen in haar gezicht als ze zich ergens over opwond, het vuur in haar ogen als ze over liefhebberijen sprak.

Niet dagelijks, maar wel met regelmaat.

Ik heb haar inmiddels al een paar jaar 'overleefd'. Waardoor ik nu nóg beter besef welk nieuws zij in juli 1999 te verwerken kreeg. Ik moet er niet aan denken, want ik wil nog helemaal nergens afscheid van hoeven nemen en word al woest bij het idee alleen al.

Zij legde zich er ogenschijnlijk rustig bij neer en ging niet de strijd aan. Gepokt en gemazeld door intense ervaringen om haar heen, sloeg ze direct haar eigen pad in. Zonder de aangeboden experimentele behandelingen.


Ik had er intense bewondering voor, maar vroeg me tegelijk ook af: hoe doe je dat en waarom precies? Is het leven dan niet de moeite waard? Zijn wij niet de moeite waard? 

Nu denk ik: wat zou ik doen? Vechten, vluchten of overgeven? Ik heb geluk, want ik hoef nog geen keuzes te maken. Mazzelaar ben ik.

Vorige week ging ik weer eens langs. In mijn eentje en met een eendje. 

Want het eendje staat symbool voor haar. Niet vanwege het gesnater, hoewel dat  zomaar wél had gekund, want snateren kon ze. Niet vanwege de zwemkwaliteiten, hoewel ze een enorme waterrat was. 


Maar door het stomme toeval dat ze toentertijd een knuffel eend kreeg, die ons altijd aan het lachen maakte, hoe klote de situatie ook was. Deze pluizenbol staat nog altijd in haar slaapkamer. 

En in de afgelopen jaren heb ik ook een aantal nieuwe varianten naar haar toe gebracht. Ze staan er nog steeds. Verteerd en verweerd.

Onlangs vond ik een kitscherig eendje, met zo'n zonnecel, waardoor het kan gaan wiebelen. Omdat Jongste ooit een Elvis-op-zonnecel vond en een kleine verzameling startte, kocht ik voor hem de eendjes variant. Maar bedacht me vlak voor ik het aan hem zou geven, dat het nóg meer bij haar past dan bij hem.

Omdat het een eendje is dat altijd beweegt. Net als zij dat altijd deed. Bruisend van energie. Tot haar lampje uit ging.


woensdag 10 maart 2021

De Natte Thee Tour

 zondag 21 februari 2021

Je weet het inmiddels wel. Ons enige vermaak buiten de deur bestaat momenteel uit wandelen.
Met werken vermaak ik me trouwens ook behoorlijk, maar dat telt even niet mee. 

We hadden al een aantal horeca tours gedaan, toen we de aankondiging lazen van de Natte Thee Tour.
Ik had eerst een beetje moeite met de titel, omdat deze flauw gejat was van diverse Rotterdamse initiatieven van de laatste jaren. Maar vooruit.

Vanwege onze sympathie voor het Delta Hotel en Café de Waal was onze interesse gewekt. 


Dit deelden we met Haagse Robbie, een collega van Wimmie. Heerlijke man, met een originele Haagse tongval en een enthousiasmerende dosis humor. Alleen viel er de laatste tijd niet zoveel te lachen in zijn leven. 

Ook al werkten ze tijdelijk niet meer samen, ze hielden contact. En omdat langzaam de zon weer door de wolken piepte, vroegen we hem en zijn vrouw mee.


Bij het Delta Hotel checkten we in. Vijf minuten later verlieten we hun terrein met in de ene knuist een beker koffie, aan de arm een tasje met een high tea to go en in de andere knuist een routebeschrijving.


Voor deze wandeling betaalden we een all in prijs. Alle versnaperingen onderweg waren al betaald.


Liepen we de week ervoor nog over de bevroren sneeuw in Dordrecht, deze dag mondde uit in een fantastische voorjaarsdag. Binnen één week ongeveer twintig graden temperatuur verschil.


Via de Maasboulevard en 't Platje draaiden we de Westhavenkade op, langs de Pelmolen en de in 2012 opgerichte Vulkaan Bierbrouwerij. 


Langs het huis van de allerkleinste kindervriend Bassie en het Griekse restaurant Delphi waar wij onze eerste date hadden en waar ik van hem Amaretto heb leren drinken. Daarna langs Malle Babbe, waar in een ver verleden de borrelnootjes door de lucht vlogen en iemand uit ons gezelschap de uitgang met de bezemkast verwarde.


Via de Grote Kerk, het stadhuis en De Markt passeerden we het kleine inpandige zwembadje, waar onze beiden jongens ooit hun eerste zwemlessen kregen.

Uiteindelijk kwamen we bij Café de Waal uit. 
Daar schonken ze in plaats van koffie en thee ook frisdrank, met een petit four.


En tot grote vreugde van de heren ook biertjes. Alles uit blik en met een rietje, maar hé, bier is bier.


Ze wisten er zelfs nog eentje voor onderweg te scoren. Mits ze er de broodzak omheen lieten zitten. Alsof zo niemand het in de gaten had...


Op het Veerplein gingen we er bij zitten.


En deden we ons tegoed aan de sandwiches zalm, ham en ei.


Vol gegeten vervolgden we onze weg. Terug door de Fransenstraat, de Peperstraat en helemaal de Hoogstraat uit.


Tot we uitkwamen bij Molen Aeolus. De molen die meer dan 350.000 omwentelingen per jaar maakt en waarvan jij nu denkt: hoe weet ze dat en wat heb ik er aan? Nou, niks, maar het stond gewoon in de routebeschrijving als weetje. En nou weet jij het ook.

Dit is de plek waar ik al mijn tarwe- en Zeeuwse bloem koop, in balen van twee en een halve kilo.


En door! Via de Westlandseweg draaien we de Hoflaan op en lopen door de mooie nieuwe wijk, door de poorten van de oude brandweerkazerne.

We passeren de negendertig meter hoge watertoren, waar nog niet zo lang geleden drie jaar aan verbouwd is tot een terras, restaurant en B & B kamers. Wat ik toen nog niet wist maar inmiddels wel, is dat het restaurant twee jaar open is geweest tot het in maart 2000 zijn deuren moest sluiten ten gevolge van de Corona crisis. En inmiddels zijn de eigenaren met pensioen gegaan en staat het geheel te koop. Zonde hoor.


Hier gingen we door de hekken het Hof in.

Het was er gezellig druk. Heel Vlaardingen was naar buiten getrokken. De speeltuin zat stampvol.


Bij het Pannenkoekenhuis hadden ze slim een tent buiten gezet waar ze voor hongerige passanten - jawel - pannenkoeken stonden te bakken.


Wij kregen ook. All in hè?


Voor we weer door gingen spekten we nog even met zijn vieren de trampoline pot.


Daarna verlieten we definitief het Hof, via de Hofsingel naar de - hoe kom je er op - Hoflaan.

Op de Oosthavenkade passeerden we nog het gebouw waar vandaan ik jarenlang wijkzuster 'speelde'. 


En daarna was onze wandeling snel beëindigd. 

Nog even langs de Pelmolen, waar vanaf 1924 peulvruchten verwerkt werden en wat tegenwoordig een appartementencomplex is. Bij het Delta Hotel kregen we een afsluitende mint banaan smoothie.
Onderin het tasje zaten nog twee ijzerkoekjes. Die bewaarden we voor bij de koffie thuis.

Al met al een fijne, zonnige, gezellige middag, waar absoluut veel gelachen werd.

woensdag 3 maart 2021

Zeven of vijf?

 In 2013 ging een wens van de jongens in vervulling. Er kwam een katertje bij ons wonen. Luisterend naar de naam Fritsie.

Onze wannabe dierendokter van toen elf jaar oud, vond het erg nodig dat onze harige vriend een eigen fijne luierplek zou krijgen. Hij had zijn oog laten vallen op het hok dat een nichtje van ons voor haar hondje had gemaakt. 

Dus zette hij zijn allerliefste gezicht op en vroeg de hokkenbouwer - die zichzelf mijn neef noemt, terwijl wij geen enkele bloedband hebben, maar oh wat wens ik iedereen zo'n neef toe, want het is een topper - of hij misschien samen wilde knutselen.


En dat wilde hij wel. In de tuin en het knutselschuurtje werd er druk getimmerd, gezaagd en geverfd.


Tot er een prachtig hok stond. Met loopplank en de naam van Fritsie er op. 
Ik kocht er een passend zacht kleedje bij, qua kleur perfect matchend. Het had zo in een magazine gekund.

Thuis gekomen kreeg het hok een prominente plek in de woonkamer en kon Fritsie zijn intrek nemen.

Maar dat deed ie niet. Niet echt tenminste.


Hij benaderde het van alle kanten, maar nam nooit de hoofdingang. Wanneer hij er met zachte dwang in werd gezet, wandelde hij er even zo vrolijk direct weer uit.

Het werd jammer genoeg nooit een match, hij en het hok.

Rond zijn eerste verjaardag sloeg het noodlot toe en moesten we hem ten gevolge van een akelig kattenvirus in laten slapen. Wat een verdriet in Huize Schuurmans.

Later kwam onze troost kat Sjors, een half broertje van Fritsie. Het plan was om de letters van het hok te vervangen door vijf nieuwe letters. Maar ook Sjors verzette geen poot richting dit prachtige slaapverblijf.

Als eerbetoon bleven de zeven letters staan en het hok werd een sta in de weg. 
Te mooi om weg te doen.

Diverse keren verhuisde het van de ene dooie hoek naar een andere. Totdat we een week of twee geleden de man cave opruimden en daar een plek vrij kwam.


En zoals zo vaak, juist als je het niet meer verwacht gebeurt het dan toch.

Totaal ontspannen, helemaal op het gemakkie, ligt Sjors er nu uren achtereen te maffen. Met op de achtergrond het geluid van de PlayStation, de TV, online school meetings en rondvliegende darts.

Dus nu doemt opnieuw de vraag op. Blijven het zeven letters, of maken we er toch vijf van?