vrijdag 8 maart 2013

Gemiste kansen

Hée moedertje,


Vandaag is een rare dag. Je zou 64 zijn geworden, als je nog had geleefd. Ik had het over je met mijn (onze!) Oudste - je overleed toen hij 0 was, dus je bent al bijna net zo lang weg als dat hij tot nu toe heeft geleefd.
Ik kan me je bijna niet voorstellen als 64. Vierenzestig... toen je 52 zou zijn geworden, 53, 54, toen groeide je in mijn gedachten nog mee. Daarna werd dat steeds moeilijker, tot je uiteindelijk stil bleef staan in de tijd - voor eeuwig éénenvijftig.

Ik denk met regelmaat aan je. Ik mis je nog steeds. Het wordt wel anders, met de tijd. De kwaadheid is eraf. In het begin was ik heel boos op de wereld. Een onredelijk soort boosheid was het, maar ik kon het niet helpen - al die verzorgingstehuizen vol stokoude mensen die dolgraag wilden sterven, en jij moest zomaar gaan, in de na-zomer van je leven. Al die gevangenissen vol criminelen die zomaar doorleefden alsof het allemaal maar normaal was, terwijl hier, in ons gezin, hele slechte dingen gebeurden met hele goede mensen... de onrechtvaardigheid was lastig te verteren.

Ik zei al, erg realistisch was mijn woede niet. Maar ja, zo gaat dat met rouw, geloof ik.
Ondertussen heeft het wel een soort van plaats gekregen. Weet je, het is een beetje als een litteken ergens op je lichaam. De wond is dicht. Er loopt allang geen bloed meer uit. Er is niets meer ontstoken. Alles is netjes geheeld. Maar het litteken zit er nog, ergens waar niemand het ziet. Je ziet het zelf ook niet, tenzij je oog er per ongeluk op valt. Maar als je het aanraakt, dan blijft het voor altijd gevoelig.

Er is ondertussen meer een gevoel van... jammer. Een gevoel van gemiste kansen. Ik vind het zo zonde dat er zoveel is dat je nooit hebt meegemaakt. Ik ben moeder geworden. Heb twee kinderen gekregen. Ze weten van je bestaan, ik heb ze van alles over je verteld. Je zou een geweldige oma zijn geweest. Soms stel ik me voor hoe je omgegaan zou zijn met mijn jongens, en dan moet ik glimlachen. Het zijn zulke leuke kinderen. Je zou zo trots op ze zijn geweest.


Zoals ik al zei, je bent nog regelmatig in mijn gedachten. Bedenk dan wat jij allemaal voor commentaar zou hebben op wat zich binnen de familie afspeelt momenteel.

We waren een eenheid, jij, Pa, Broer en ik. We hoorden bij elkaar. Nu kijk ik naar mijn eigen gezin. Ik zie hoe onze jongens opgroeien zoals wij dat deden, met zijn tweeën naast elkaar. Op dagen als je geboortedag realiseer ik me hoe onwerkelijk het is wat er is gebeurd. Hoe groot de leegte is als een moeder in een gezin weg komt te vallen. Ik moet er niet aan denken. Ik kan er niet aan denken.

Maar ik denk wel aan jou, nog steeds. Het is waar, wat je af en toe in de krant boven rouwadvertenties ziet staan: je bent pas echt weg als je bent vergeten.




Maar maak je geen zorgen, hoor.
Dat laat ik bij jou nooit gebeuren.


Veel liefs,

Je dochter