woensdag 19 mei 2021

Het Europees Kampioenschap Zingen


Bijna een jaar geleden, op 15 mei, schreef ik een enthousiast verhaal over onze Songfestival avonturen. Wil je weten wat onze achtergrond met betrekking tot dit liedjesfestijn is, moet je misschien even teruglezen. Dat kan hier*klik


Zoals bekend gooide Corona roet in het eten. Het Songfestival in Ahoy werd gecanceld en lang bleef het onzeker wat er in 2021 zou gaan gebeuren. Begin van dit jaar kregen we ons geld terug. In het vroege voorjaar werd bekend dat het spektakel tóch in Rotterdam zou plaatsvinden. Maar of er publiek bij kon zijn en hoeveel, dat was nog volstrekt onduidelijk.

Nog niet zolang geleden kwam de aankondiging dat er publiek bij mocht, maar dan wel heel summier. Alleen op de tribunes, geen sta publiek en slechts 20% van de kaarten zouden beschikbaar komen.

Op dit punt was ik al een tijdje afgehaakt. 'Dan maar niet', dacht ik. Maar toen had ik buiten Oudste gerekend. 'Natúúrlijk gaan we wel; wat denk jij nou?'


Dus zat ik op zaterdag even voor twaalf uur met mijn snufferd voor twee computerschermen. Hij moest werken, dus ik stond gespannen voor zijn karretje. Ik weet het, ik had het ook niet hoeven doen.
Maar als het niet over sport gaat is Oudste niet echt te porren voor dit soort dingen. Voor ons samen al een leven lang geen bioscoop, concert of pretpark. Eén keer ging hij mee naar de musical The Lion King, maar dat deed hij echt voor mij. 

Dit zag ik als een kans. En die kans pakte ik met beide handen aan.
Omdat wij voor de halve finale jury avond van 2020 een ticket hadden gekocht, kregen we nu voorrang om nieuwe kaarten te proberen te kopen. Twintig procent is echt niet zoveel hè. 


Maar binnen tien minuten in de wachtrij schoot mijn ene scherm door en niet veel later ook het andere. Dus onverwacht hadden we opnieuw twee kaarten. Wél kaarten, maar geen vrije dag. Want in onze werkagenda's hadden we hier helemaal geen rekening meer mee gehouden.

Gelukkig hebben we beiden fijne collega's en stond het sein binnen een paar dagen op groen. We zouden gaan. 

Na de Keukenhof, Kinderdijk en Koninginnedag zou ik ook de folklore van het Songfestival gaan beleven.

Omdat het een Fieldlab evenement betrof, werden we vrijwel direct bestookt met allerlei informatie en 'opdrachten'. Een viertal apps moesten gedownload worden en afspraken ingepland voor een Corona sneltest, waarvan de uitslag niet ouder dan vierentwintig uur mocht zijn bij het eindtijdstip van het festival.


Maandagmiddag konden we in een lange rij bij Excelsior aansluiten. Een klein uurtje later was de test uitgevoerd. 


En nog in de auto op weg naar Ahoy, kregen we beiden een negatieve uitslag in onze mailbox.


In de app hadden we een entree tijdvak doorgekregen, zodat het publiek gedoseerd binnen zou komen. Mijn plan was dus om braaf op de parkeerplaats te wachten, maar Oudste zei 'Ben je helemaal mal.
We gaan gewoon naar binnen.' Echt hè, dat stukje DNA heeft hij niet van mij.


Zo kwam het dat we om even na zeven uur al binnen waren. Vroeg genoeg om mensen te kijken, de garderobe te zoeken én nog iets te eten. 

Het stereotype uitgedoste publiek was er niet. Hier en daar een sjaaltje of sweater, maar dat was het wel. Weinig regenbogen, rare verkleedpartijen en bling bling gezien. Er was werkelijk niemand die me kon vertellen waar de aangekondigde garderobe was, dus propten we de jassen maar onder de stoelen. De ambachtelijke friet was spot goedkoop, want omdat het pin apparaat het niet deed, mochten we het zo meenemen.


Tot zover onze voorbereiding. Oh nee, we zochten ook nog een gratis landen vlaggetje uit. Niet zoals de rest dat deed. Wij pikten er gewoon willekeurig twee uit de bak. Plots waren we voor Roemenië en Macedonië. Bij de bar had ik direct sjans, met laatst genoemde 'landgenoten'. Wat een vlaggetje al niet kan doen.

Eenmaal op onze plek bleken we echt pal op elkaar te zitten. Dus net als 'vroeger'. Best een hele rare gewaarwording. Wat zijn we dit toch ontwend geraakt met zijn allen. Maar jongens, wat was het fijn. Met drie en een half duizend man, samen naar optredens kijken. Héérlijk ouderwets. 

We werden opgewarmd met gouwe ouwe festival liedjes. Waarbij 'Hemel en aarde' en 'De troubadour' op het luidste zangkoor konden rekenen.


De opening werd verzorgd door good old Duncan.

Direct werd duidelijk wat de functie van de armbandjes was, die we bij binnenkomst in onze knuisten kregen gedrukt. Eén grote lichtjesparade. Van wit kleurend naar rood.


In één klap werd zichtbaar dat licht, led, techniek en effecten een grote rol zouden vervullen tijdens dit Europees Kampioenschap Zingen.


Toen verscheen het presentatie kwartet ten tonele. Eerlijk? Ze hadden echt niet zoveel te doen. Af en toe een beetje tekst. Strak geregisseerd en uitgeschreven. Ook elke punt en komma in interviews stond vast. Geen ruimte voor eigenheid. Eigenlijk een kopie van de presentatoren van voorgaande jaren die ik sprekende poppen met een laag decolleté noemde. Gelukkig kon Chantal dinsdag in de TV uitzending nog een beetje improviseren, toen iets een keer niet helemaal volgens plan verliep. 

Uiteindelijk zagen we zestien landen voorbij komen. Vijftig procent van de te verdelen punten zou de jury vandaag weggeven. De voorafgaande twee dagen had ik de playlist al een aantal keer afgespeeld. Dat zorgde in elk geval voor herkenning en hier en daar zelfs meezingen.

Litouwen deed de aftrap. Foute technodisco met felgele pakjes en hilarische danspasjes. Vermakelijk, maar niet echt serieus te nemen als kanshebber. Als je ze gemist hebt, kun je ze zaterdag in de finale opnieuw zien.

Slovenië volgde. Ik was er niet van onder de indruk. De jury en stemmers blijkbaar ook niet, want ze konden hun retourticket gaan boeken.


Daarna Rusland met een grote matroesjka-jurk, die deed denken aan de deelname in 2000 van Linda Wagenmakers. Hebben we daar trouwens nog wel eens iets van vernomen?

Het lied van Zweden vond ik tegenvallen. Een magere act en niet wat ik de laatste jaren van het land gewend was. Toch mogen ze zaterdag nog eens aantreden.

Wegens de Covid19 reisbeperkingen had de delegatie van Australië niet naar Nederland af kunnen reizen. Voor het eerst in de geschiedenis kon een deelnemend land niet live optreden, maar werd er een voor opgenomen optreden op de schermen getoond. Dat hoeft gelukkig ook niet een tweede keer.

Toen volgde een ballade van Noord-Macedonië. Het glazuur sprong van mijn tanden. Zijn spiegel shirt zorgde voor zijn enige schittering die avond. Oogverblindend was het. Waar was mijn zonnebril?


Ierland maakte het zich moeilijk met een ingewikkelde cartoon-act. Ik heb het op TV nog niet terug gezien, maar als podium act sprak het totaal niet aan. Inpakken en wegwezen maar.

Cyprus. Dankzij de invloeden van Lady Gaga, ongegeneerd gekopieerd, door naar de finale.


Dan Noorwegen. Pure camp. Maar wél door.


Tick-Tock van Kroatië had ik met het aanstekelijke refrein al in de finale gerekend, maar ik kwam bedrogen uit. Exit.

Dan België. In tegenstelling tot 'Zoutelande' nu een draak van een nummer en met een enorm chagrijn gezonden. Maar ik heb er blijkbaar geen kijk op, want ze zijn door.


Israël dan, met een eigentijd dansnummer en een hoge nood aan het eind. Goed genoeg voor komende zaterdag.

Hierna volgde Roemenië. Een dame die halverwege opgetild werd. Maar ook zonder dat had ze al veel moeite om goed en toonvast te zingen. Zelfs toen ze het nog eens over mocht doen, klonk het nogal beroerd. Hadden ze echt niet beter?


Azerbeidzjan dan. De kenners vinden hun Mata Hari! niks. Ik vond het niet zo verkeerd en de jury en stemmers blijkbaar ook niet.


Bij de Oekraïne vraag je je echt af waar je nou naar zit te luisteren. Het is bizarre technopop, uitgevoerd door allemaal turbo-Duracell-batterijtjes, in een sterkte podiumpresentatie. Het lied nestelt zich in je hoofd.


De klapper was tegelijk de afsluiter. Malta. Zangeres Destiny is pas achttien jaar, maar heeft een dijk van een stem. By far de beste zangeres van de avond.


Op onze Rotterdamse Davina na. Zij verzorgde de pauze act, blies iedereen omver en stal de show.
Net als de rest van de avond, barstensvol technische hoogstandjes. Waarvan het effect van Ahoy onder water me pas bij de TV beelden duidelijk werd.


Als toegift mochten 3 landen hun act overdoen. Hoewel, mochten? Het zal wel moeten geweest zijn.
De bonus bestond uit drie direct geplaatste landen. Twee die voor hun finaleplaats betaald hadden, Italië en Duitsland. De eerste staat bij de bookmakers hoog in de ranglijst. Ik ben er te oud voor denk ik, want ik vind het he-le-maal niks. Duitsland stuurt Mister Positivo met kleding uit de carnavalsoptocht.


Onze nationale trots bracht ook zijn lied. Ik snap heel goed de boodschap, maar ik vermoed dat het de rest van Europa, niet kan boeien. Gelukkig maar, want nóg zo'n hele presentatie volgend jaar kost ons land klauwen met geld.

Conclusie van het festijn? Strak en gelikt. Niet hoogstaand qua liedjes, maar wèl van enorm technisch niveau. Een overdaad aan licht, kleur en lasers. Een mengeling van disco en kermis. Funest voor epilepsie patiënten. Maar hartstikke leuk om eens mee te maken.

Ik zet mijn geld op Frankrijk of Malta. Donderdag én zaterdag zit ik voor de buis. Met Oudste. Want die heeft beloofd voor deze speciale gelegenheid uit zijn grot te komen. Of ik wel voor iets lekkers ga zorgen, vroeg hij...mijn raderen draaien.

~ foto van internet ~


zaterdag 15 mei 2021

Maak kennis met Gijs Giraf - deel 1

Kijk. Dit is hem. Gijs. Gijs Giraf, alias Griekse Gijsje. In koekvorm wel te verstaan.

Ik wil je graag vertellen over het ontstaan van deze koekjes. Maar ik waarschuw vooraf: het is best een lang verhaal. Daardoor komt het in delen.

Gijs Giraf. Hij is ontsproten aan het creatieve artistieke brein van Marijn, een Belgische schone. 


Sinds de jonge leeftijd van haar zoons tekent en schildert ze Gijs. In allerlei (verkleed)kleren, in verschillende herkenbare situaties. 


Vrolijk, kleurrijk, humoristisch en aandoenlijk. Want 
Gijs is lief, leuk en grappig.

~ De originele Gijs is geel met bruine vlekken ~


Ze maakte posters, schilderijen klein, groter en enorm groot. Ze beschilderde stenen en glaswerk.


Ansicht- en kerstkaarten, fruitschalen en grote kisten. 


De eetzaal van een basisschool in haar woonplaats kreeg beschilderde muren. Maar ze werkte ook met enorm veel passie en plezier aan allerlei andere muurschilderingen. 


Zelfs in New York en op de Berlijnse muur verscheen Gijs.


In mei 2017 startte ze een crowdfunding, omdat ze graag een prentenboek over Gijs uit wilde brengen. De donateurs hadden het streefbedrag snel voor elkaar. Van haar jeugdvriendin Yvonne kreeg ze hulp bij alles wat te maken had met de opmaak van het boekje en bij het contact met de drukker.


In juli van dat jaar zag 'Later als ik groot ben...' het levenslicht. Gijs Giraf werd wereldberoemd in Achel en omgeving. 


Van een vriendin kregen haar - toen nog jonge kinderen - een gehaakte versie van Gijs. Ze sjouwden hen overal mee naar toe en ze kletsten hen de oren van hun katoenen koppie.


In januari 2019 startte ze een project. Op de social media accounts van Gijs Giraf verscheen de volgende tekst:

'Alle kindjes hebben een knuffel nodig. Om lekker mee te kunnen gaan slapen. Om mee op avontuur te gaan. Om goede gesprekken mee te hebben. Knuffels zijn belangrijk...voor alle kindjes. Daarom start Gijs Giraf een actie voor Movement on the ground *klik , een organisatie die bootvluchtelingen helpt op Lesbos.'

- *klik Lees hier wat Movement on the ground schreef over het Gijs-project - 

Ze deed een oproep aan hakend België en Nederland om voor de vluchtelingenkindjes en hun Griekse vriendjes Gijsjes te haken. Miriam van Schijndel had hiervoor een patroon *klik uitgeschreven, dat gratis beschikbaar werd gesteld. Iedereen werd uitgedaagd en tegelijkertijd vrij gelaten om er een eigen draai aan te geven. Dus hij mocht roze worden, maar ook groen of pimpelpaars. Een piraat of een danseresje. Met een lijf vol vlekken òf hartjes.

Ze wilde graag dat zoveel mogelijk kindjes een eigen unieke girafje zouden krijgen om mee te knuffelen, kletsen of mee op avontuur te gaan. Zo wilde ze bereiken dat ieder kind zijn of haar giraf in een grote stapel zou herkennen. 


Het bericht werd meer dan 42.000 keer gedeeld. 


En het leverde lieve en hartverwarmende reacties op. 


Maar bovenal veel toezeggingen.


In april 2019 zijn Marijn en Yvonne met een karrevracht van 540 gehaakte Griekse Gijsjes naar Amsterdam gereden. Movement on the ground heeft deze daarna samen met andere hulpmaterialen op transport gezet naar een vluchtelingenlamp op Lesbos.


In juni en juli van dat jaar zijn ze uitgedeeld aan kindjes daar. Zowel aan vluchtelingen als Griekse kindjes, want alle kindjes tellen.


In die tijd stuitte ik via internet op de oproep om Gijsjes te haken. Want ik was toen zelf ook 'druk' met haken van kleine diertjes. Ik had er inmiddels twee - een muisje en een kat - en het leek me leuker om door te haken, en het dan niet bij mij thuis te hoeven laten verstoffen.


Ik dook ook in het Instagram account 
- @gijs_giraf - en las daar dat Marijn de Gijsjes in Amsterdam had afgegeven tussen twee chemokuren door. 


Hier begon voor mij een periode waarin ik haar niet meer los kon laten. Over het hoe en waarom vertel ik de volgende keer verder.

Tot zover, bedankt voor het lezen. En mocht je haken leuk vinden, overweeg eens om óók een Gijs te maken. Ze worden nog steeds ingezameld voor een volgend transport. Ik heb eventueel genoeg katoen in allerlei kleuren om beschikbaar te stellen. En ik wil ze ook voor je verzenden als ze klaar zijn. Laat het me weten!

maandag 10 mei 2021

Fietsrondje Schiedam

Dat Nederland een fietsland is, dat weten we natuurlijk allang. Het is zelfs over bijna heel de wereld wel bekend.

We hebben meer fietsen dan inwoners. We fietsen samen meer dan vijftien miljard kilometer per jaar. Gemiddeld fietsen we per persoon 888 kilometer per persoon per jaar. Gelderland en Noord-Brabant zijn dé provincies om te fietsen. Als je kijkt naar het aantal fietspaden tenminste. In deze provincies ligt maar liefst 5000 kilometer aan fietspaden. Mijn provincie volgt op de derde plaats met 4800 kilometer.


Dit was mijn eerste fiets. Rood frame, wit zadel, bandjes, spatborden en handvaten. Tof ding toch?


Mijn voorlaatste fiets was een blauwe, met dito velgen. Ik heb er ooit een smeuïg verhaal over geschreven. De aanleiding was heel vervelend, want mijn bijna nieuwe fiets werd toen gejat.
De omstandigheden maakten het hilarisch.


Ik kreeg een nieuwe. Een duplicaat. En anderhalf jaar later werd mijn eerder gestolen exemplaar teruggevonden. Toen had ik er twee.


Het was een degelijke, stabiele fiets. Perfect om post mee te verstouwen. Hij heeft in zes jaar tijd veel te verduren gehad. Kapotte onderdelen werden vervangen door dezelfde te verwijderden van zijn dubbelganger. 


Zo hield ik altijd één complete fiets en werd de tweede steeds kaler. Tot daar niets meer vanaf te halen viel en we afscheid namen.


Toen ik stopte met de post viel op hoe zwaar hij eigenlijk fietste, zonder bagage. Inmiddels was ik door omstandigheden flink wat kilo's aangekomen, had ik geen uithoudingsvermogen en conditie meer en zat ik alles behalve soepel in mijn spieren en gewrichten.


Ontspannen fietsritjes werd hard werken. Als we samen weg gingen, was ik de vertragende factor.
Het fietsen werd een opgave. En ik liet de fiets steeds vaker staan.
Ging wandelen. 'Koop toch een nieuwe fiets', zei hij regelmatig. Maar ik bleef volhouden dat het niet aan de fiets lag, want die was prima.


Tot we van de zomer met het gezin op fietsvakantie gingen. En ik op de huurfiets fluitend naast iedereen kon blijven rijden. Ik gaf toe. Het lag toch ook aan de fiets. We namen ons voor in het voorjaar van 2021 een andere te gaan kopen. Dankzij het fietsplan van mijn werkgever gaven we er binnen een week een klap op.


Alle drie mijn wensen werden vervuld. Hij heeft een lage instap, heeft versnellingen en een zo onopvallend mogelijk uiterlijk. Er worden hier in de buurt namelijk flink veel fietsen gestolen en ik wil het niet te aantrekkelijk maken. En nee, ik koos geen elektrische fiets. Dat is volgens ons alleen leuk als we er beiden zo eentje hebben. 


Het eerste ritje maakten we in de buurt. De cache koning van Schiedam heeft er namelijk veel neergelegd in onze woonplaats, maar het merendeel hebben wij nooit opgezocht. Omdat we nu eenmaal liever buiten de stad fietsen dan erbinnen. Maar corona maakt dat er veel minder mensen op straat zijn en dus sta je tijdens het zoeken naar caches nu minder te kijk. Dit was voor ons dan ook een 'now or never'.


Het werd een leuk rondje. Langs mooie plekjes en even zoveel afbraak. 


We sloten af met een hengelcache. 


Omdat we nu ook wel eens iets úit de boom wilden halen in plaats van enkel er in terug hangen. Uiteraard werden we vreemd aangekeken, want het blijft een idioot gezicht, zo'n volwassen kerel met een hengel in het park.


De fiets is meer dan goedgekeurd. Laat het voorjaar nu maar doorzetten.

woensdag 5 mei 2021

Al het goede komt in drieën

Koekjes. Jullie weten het inmiddels wel. Ik ben er dol op. Zowel op het eten, als op het maken ervan.

Tekenen. Vind ik ook leuk. Ik was er nooit goed in. Maar natekenen lukt tegenwoordig al veel beter.

Post versturen. Heb ik altijd veel gedaan. En doe ik nog steeds in deze tijd waarin het steeds minder gebruikelijk is.

Drie elementen die ik de laatste tijd regelmatig heb samengevoegd.

 
Een 'Aju Paraplu'-kaart mét koekje voor het afscheid van collega's.


Een 'fijn dat je er bent' groet voor een nieuw huisdier.



Een aardigheidje voor een kersverse oma.


Een felicitatie.


En een opkikkertje.

Ik gaf ze persoonlijk, stopte ze in brievenbussen, maar liet ze ook bezorgen door mijn vroegere collega's. 

Postzegel-post krijgt veel te verduren onderweg via straat brievenbussen, sorteercentra en bezorgtassen. Toch lukte het om mijn kaarten mét koekjes zonder breuken en kruimels aan de andere kant van het land te krijgen.

Leuk toch?