zondag 29 april 2018

Viva Valencia - deel 1

We gingen samen al naar Barcelona, Nice-Cannes-St, Tropez en Ibiza. Deze april stond ons 4e buitenlandse reisje op het programma. Lang van tevoren gepland, maandenlang gespaard en tóch eigenlijk geen tijd. Maar wat hadden we het nodig. Even ertussenuit. Alle drie om onze eigen redenen.



Donderdag om half tien vertrokken we bij mijn huis. Natúúrlijk deed ik weer iets verkeerds met inpakken en volledig onverwacht bleek onze allesweter en kunner het één en ander vergeten te zijn. Maar dat is nu juist wat een band schept.


Rond elf uur vonden we de QParking en bracht de pendelbus ons naar de vertrekhal van Schiphol. De heenvlucht was een zeldzaam mooie. Ontzettend helder en daardoor prachtig uitzicht op de wereld onder ons. Zo speciaal om vanuit de lucht de Willemsbrug én de Erasmusbrug te herkennen.




Rond half vier stonden we op Spaanse bodem.




Natuurlijk moest daar een selfie van gemaakt worden. De eerste van velen. Want wat er de komende dagen ook zou gebeuren, de hoeveelheid foto's gemaakt in 2018 waar ik zelf op sta, zou deze dagen verveelvoudigen. Dat was wel zeker.





De metro bracht ons naar het Centrum. Daar maakten we al snel kennis met de vriendelijke en behulpzame Spanjaarden. Heel verfrissend.




Na even struinen door de straatjes stonden we voor de deur van ons appartementencomplex Blue Moon, in de wijk El Carmen. Schoon, netjes, met alles er in dat je nodig hebt voor een city trip. En zelfs een wasmachine als - overbodige - bonus.


Oh ja, en met een balkonnetje waar je foto's kunt maken én aan het eind van de dag je stinkschoenen te luchten kan zetten.


In de vroege avonduurtjes doken we het centrum in, op zoek naar een terrasje in de zon. Niet gevonden, want het oude centrum kent overwegend smalle straatjes met prachtige veelal hoge gebouwen. Waar de avondzon niet meer zijn licht in kan laten schijnen.




Wél kregen we een prima eerste indruk van de stad. 




Onze eerste euro's gaven we uit in de Ale-Hop en de bar waar we pinchos en patatas bravas aten. Wàt een leuk concept is dat. Je kiest zelf uit de vitrines je pinchos uit waar je trek in hebt. Een sneetje brood met een topping, wat van alles kan zijn. Ei, worstjes, vis. De prikker die erin zit, bewaar je. Afrekenen doe je achteraf aan de hand van het aantal en de lengtes van de prikkers. 




Hier maakten we ook voor het eerst - en zéker niet voor het laatst tijdens deze dagen - kennis met Agua de Valencia. Een cocktail op basis van cava (een Spaanse mousserende wijn), sinaasappelsap, wodka, gin en suiker. Ontzettend gevaarlijk lekker!


Moe en met zin in de komende dagen zochten we rond twaalf uur ons bed of de bedbank op. Om er even na 8 uur weer uit te rollen. Kopje thee, ontbijtkaakjes en de kleertjes aan.



Dichtbij vonden we een leuk plekje waar we voor een prikkie konden ontbijten. Aan een pleintje met sinaasappelbomen, met gekleurde houten stoeltjes en gehaakte schilderijtjes aan de muur.




Daarvandaan zochten we de fietsenverhuur. 




Want we wilden ons niet onder de grond via de metro verplaatsen, maar bovenlangs. Om zoveel mogelijk van de stad te zien.



Eerst gingen we op zoek naar onze take-away-lunch.




Met de fiets aan de hand bewogen we ons door de drukkere straatjes. 




Tot we ineens middelpunt van een toeristische attractie waren. 




Voor ik het wist stonden we te sponsoren en 'moesten' we op de foto. Ach, doe eens gek. 




Niet veel later parkeerden we de fietsen bij de Mercado Central. 




Het in 1914 in art nouveau-stijl ontworpen gebouw, waarin de overdekte markt van het oude centrum huist.



We sprokkelden hier voor de hele dag proviand bij elkaar.





Vers fruit, rijk belegd stokbrood, gevulde olijven, stukjes kaas en worst.



En een fles verse sinaasappelsap.

Net op het moment dat we ons realiseerden dat het best fijn was, zo ver van huis, stonden we oog in oog met bekenden. Rare gewaarwording hoor.




We sloten af met een bezoekje aan het lavabos (dat zoeken we op) én een fruitsmoothie. 


Daarna hop, op de fiets. We zetten koers naar het ten noorden van het historische centrum gelegen Turia Park.





Een prachtige oase van rust en groen. Uitstekend te fietsen en boordevol hardlopers en personal trainers.




Het Turia Park heeft er niet altijd zo groen bijgelegen. Voorheen was dit namelijk de rivier de Turia. Maar in het jaar 1957 vond één van de meest tragische gebeurtenissen uit de Valenciaanse geschiedenis plaats. Op 14 oktober van dat jaar, stroomde namelijk de rivier de stad binnen en dit heeft vele mensenlevens gekost. Besloten werd toen dat de rivier omgeleid en deels drooggelegd zou worden. In 1986 werd het Turia Park officieel geopend. 


Tot zover dit korte college.


Een eerste stop hielden we bij Gullivers Playground. 



~ Foto van internet ~

Een cirkelvormige speelplaats waar je als lilliputters overheen kunt klimmen en vanaf kunt glijden.




We aten er een hapje en speelden met de kinderen mee.




Daarna stapten we weer op de fiets om via het park te gaan naar de Ciudad de las Artes y las Ciencias. 




Of zoals wij Hollanders zeggen, de Stad van de Kunsten en Wetenschappen. 



Voltooid in 2009, bestaand uit 7 bouwwerken en inmiddels een icoon van Valencia.


~ I see faces ~

Indrukwekkend. Dat was het.

En weet je wat ook? Het lavabos, in het binnen-gedeelte. Kijk dan. Wie verzin dat, om een toiletdeur zó te laten spiegelen? Zodat je op je gemakkie naar je eigen geze*k kan gaan zitten kijken? 



Even verderop kon ik een goedkoop souvenirtje voor Jongste 'kopen'. 



Het is een gezinsgrapje geworden. Overal waar we komen wil hij van een stuiver zo'n herinneringsmuntje maken. 



Net als toen hij 4 was. 




Voor we verder fietsten, zochten we in het groen naar een geocache. Want dàt hoort er voor ons altijd bij, wanneer we met elkaar weg zijn. Nou ja, voor 2 van ons. 


~ Of je kakken moet......? ~

De 3e parkeerden we met een mobieltje op een bankje en voor ze het wist waren we alweer terug.



Onze volgende fietshalte was het havengebied.





Daar op een terrasje, kwam eindelijk de zon tevoorschijn. Want waar het in Nederland tropisch warm was, moesten wij het met 18-22 graden doen en veelal de zon achter de wolken. 



Maar hier zaten we heerlijk.



Tot de glazen leeg waren en we verder fietsten, richting de Playa.



Daarmee hadden we alle componenten bezocht, waar voor ons een citytrip aan moet voldoen.



Cultuur, winkels, lekker eten en drinken én het strand.



Afsluitend fietsten we gedurende een klein uurtje weer terug naar de fietsenverhuur.

Voor het avondeten sloten we aan bij de bar waar alleen locals te vinden waren. Druk bezocht, dus dan moet het wel goed zijn, toch? Ik ga dat ook niet betwisten. Alleen kwamen we hier, naast alle supervriendelijke Spanjaarden, voor het eerst een brok saggerijn tegen. De dame die ons bediende.


Evengoed was de tapas verrassend. Nog nooit eerder at ik pulpo. Jij wel? Het is octopus. Ga ik het nog eens doen? Mwah, alleen als er echt niets anders is. En in plaats van de heerlijk er uit ziende spies van de buurvrouw, bestelde ik een soort nest hard geroosterde zoute varkensoortjes.


Het chocolade toetje maakte alles weer goed.





Wél weet ik dat we nog een paar uurtjes door de stad dwaalden. Even binnen liepen bij het van prachtige station Estación del Norte. Met zijn originele houten loketten.               



En rondliepen over het Plaza de Toros, waar de stierenvechten-arena te vinden is.


Een prachtig pand, in neoklassieke stijl gebouwd tussen 1850 en 1860. Waar ik gruwel bij het idee van de gevechten die daar nog steeds plaatsvinden. 


Maar geniet van het idee hoe het er hier vroeger aan toe moet zijn gegaan, qua sfeer.

Als laatste culturele activiteit duiken we vlak voor sluitingstijd een kathedraal binnen. Net lang genoeg om een rondje te lopen. Net te kort om ingesloten te worden. Precies op tijd, voor het sluiten van de deuren, staan we weer buiten.



Het is al een eind na middernacht als we moe en vol indrukken onder de dekens schuiven. Morgen nog 1 hele dag. 

zondag 15 april 2018

Bloesems langs de Linge

Al enkele jaren staat het op mijn verlanglijstje. Een wandeling maken tussen de bloeiende  bloesembomen. Ik weet dat er elk jaar in april een Bloesemtocht wordt georganiseerd, maar op die dag kon ik nooit. Inmiddels weet ik, dat dat maar goed is ook. Want daar schijnt dan heel Holland achter elkaar aan file te lopen. Dat is niet mijn ding. Volgend weekend is hij er weer. Maar dan ben ik even het land uit.

Vandaag was onze agenda leeg. Daarom vatten we het plan om onze eigen Bloesemtocht te organiseren. Al googelend kwam ik op een voor mij nieuwe site 'Route You'. Ik vond daar de "Bloesems langs de Linge-route". Deze bleken we in te kunnen lezen in de bijbehorende app. Hartstikke handig!
Zo hadden we onderweg de beschikking over de route inclusief kaart. Veel beter dan de uit te printen versie, waarvan de omschrijving met pijltjes, links- en rechtsaf niet te volgen was.



Om 9.15 uur stapten we in de auto richting de Betuwe en drie kwartier laten parkeerden we bij het treinstation van Geldermalsen. Ik opende Route You en hij de Geocache-app. Want als we dan toch gingen lopen, konden we net zo goed kijken of we ergens langs een geocache zouden komen. Inderdaad, ergens in de fietsenstalling bleek er ééntje verstopt te liggen. 'Opknappertje' heette hij. Aan de omschrijving te zien, sloeg dit op het stationsgebouw, want dat was recentelijk opgeknapt. Maar na wat hersens kraken bedachten we dat het ook best eens over een barrel op twee wielen zou kunnen slaan.



Gevonden! De kop was er af.



Het werd een heerlijke dag. Prachtige omgeving. Fijne rust.



Fluitende vogeltjes, af en toe een lekker zonnetje, huppelende lammetjes.



Er was helemaal niets mis mee. Nou ja, misschien dan het feit dat we tóch één of twee weken te vroeg waren. 



Kijk. Rijen laagstamboompjes staan keurig in het gelid langs de dijk. Maar wél een beetje kaal.

De Betuwe en fruit horen bij elkaar. Dankzij voedselrijke rivierkleigronden met een dikke humushoudende laag, is dit het gebied waar het lekkerste fruit van Nederland vandaan komt. Het wemelt hier dan ook van de boomgaarden, die in het voorjaar zorgen voor een spektakel aan bloesems. Maar ja. Het voorjaar was hier blijkbaar nog niet begonnen, want de meeste bloesem zat nog goed verstopt.



Kwamen we een bloeierd tegen, moest hij direct op de foto, want het kon zomaar eens de enige zijn die we tegen zouden komen. Pruimen, kersen, peren en dan appels. Dat is de volgorde van de bloei. Nu stonden de pruimen net op springen.



We liepen eerst de Lingedijk bij Tricht en daarna de Appeldijk bij Beesd af. Deze laatste vormt een lang lint langs de rivier de Linge, met aan weerszijden oude hoogstam appelbomen.



Sommige locaties hadden een flinke bos hout voor de deur.



Ook liepen we een heel stuk over landgoed Mariënwaerdt. 



Bij Beesd staken we de Linge over. 


En kregen we zin in een pauze mét koffie. Overal werden we via pijlen-bordjes 'eetcafé' richting een terras in Enspijk gelokt. Maar toen we daar eenmaal strandden, leek het alsof ze helemaal niet op ons zaten te wachten.

Het werd een vermakelijke voorstelling. 

"Wil jij binnen of buiten zitten?"
"Als ik zo die ramen zie, laten we maar buiten doen."

Een dame die zichtbaar geen zin in haar werk had en een beetje rond liep te knorren.

Een terras-genoot die een uitsmijter bestelde, terwijl ze dacht dat ze een omelet had gevraagd. Ze bleek niet van het zachte eigeel te houden. Dus prikte ze met haar vork in de drie spiegeleitjes, hield met twee handen het hele gebakken ei als een theedoek omhoog en liet zo al het eigeel er uit druipen, op haar bord. Mij een raadsel dat haar tafelgenoot gewoon rustig door kon eten, want het zag er alles behalve smakelijk uit.

Het werd een korte stop, maar lang genoeg om de ergste dorst en trek te doven. Vlak voor vertrek ontdekten we dat een gast zijn tas met spiegelreflex camera aan zijn stoelleuning had laten hangen. Die zou dus straks de schrik van de dag gaan beleven als hij er achter zou komen dat zijn spullen zoek waren. Goudeerlijk als we zijn, brachten we het binnen, voor het geval hij zo terug zou komen.

Binnen had de tijd stil gestaan. Eetcafé De Zwaan is waarschijnlijk in 1926 gebouwd en daarna is er ook niets meer aan gedaan. Alles donker, bruin en muf. 
Toch nog maar even naar het toilet voor vertrek. Nou. Dàt was geen verstandige zet. Had ik dàt geweten, was ik gelijk in de boomgaard gaan zitten. Goor - goorder - goordest. Wat een vieze p*slucht. 




Snel vergeten maar. En weer door! 



Nog even doorstappen en rond vier uur waren we terug bij het station.



Met 17,3 wandelkilometers op de teller.

En 12 gevonden geocaches.



Had ik al gezegd dat het een heerlijke dag was?

Misschien gaan we volgend jaar op herhaling. Maar dan één week na de officiële tocht. 

donderdag 12 april 2018

De Halve van Rotterdam

Wekelijks ren ik een paar trainingsrondjes. 

Sinds mijn laatste rug-perikelen en het overwinnen van mijn motivatie-dip, ben ik regelmatig in mijn hardloopschoenen te vinden. Half augustus begon ik weer. Bijna opnieuw, zo voelde het. Hardlopen en wandelen afwisselend. Na twee kilometer al uitkijkend naar het einde. Waar waren toch mijn skills gebleven? Ik had geen uithoudingsvermogen meer en het voelde of mijn beenspieren me niet meer dragen konden. Pijn, spierpijn, spierstijfheid.

Ik gaf mezelf een schop onder mijn kont en ging aan de slag. Ineens had ik weer doelen om aan te werken.
1. Afstand uitbreiden
2. Vijf kilometer achtereen kunnen rennen
3. Fijn lopen
4. Tien kilometer kunnen lopen

Ik ging ook een andere methode uitproberen. Via een geleend boek, kwam ik in aanraking met Sportrusten. De kern hiervan bestaat uit (leren) hardlopen op hartslag en rustiger ademhalen om je hartslag zo laag mogelijk te houden.

Dit alles mixte ik door elkaar, improviseerde er wat tempo- en intervaltrainingen bij en voilà, ik had iets te doen. Ik rende twee tot vier keer per week mijn doelen bij elkaar.

Week na week boekte ik progressie, op allerlei gebied. Twee dingen veranderden niet. 
De spierstijfheid én mijn snelheid. Maar ik had het wél weer naar mijn zin.

Toen kwam daar dat aanbod. Of ik interesse had om zijn startnummer te gebruiken. 
Want hij ging er zelf niets mee doen. Het was er eentje voor 8 april. De datum die heel lange-afstand-lopend-Rotterdam rood in zijn agenda heeft staan. De NN Rotterdam Marathon. Maar hóe dan? Ik kán helemaal geen marathon lopen. Ik heb zelfs al heel lang geen Halve Marathon meer gelopen. Momenteel branden mijn spieren door wanneer ik langer dan tien kilometer onderweg ben.

Wim benaderde het heel nuchter. "Hóe leuk is dat? Dat je gewoon op dat parcours kan lopen, tussen al die toeschouwers en dat je onderweg wel ziet hoe ver je komt?" 

Ik heb lang getwijfeld, omdat het voor mij als vals spelen voelde. Intussen zette ik toch het startnummer op mijn eigen naam, regelde ik op vrijdag een vrije dag en ging ik in het centrum mijn startnummer ophalen. Het borrelde en bruiste daar. En ik dacht: "Doe eens gek Sjaantje, ga!"

Toen werd het ineens best leuk. Van afstand keek ik mee met alle RMD-ers - de grote Rotterdam Marathon Familie. Naar hun voorbereidingen, discussies, twijfels en stressmomenten. Gaan we wel of niet stapelen, welke gelletjes neem jij mee, waar kleden jullie je om, hoe laat ga jij in het startvak staan, lopen jullie met muziek op je oren enz. enz.

En ik hoefde me daar allemaal niet druk om te maken. Want ik ging gewoon mijn trainingsrondje in Rotterdam lopen die zondag.

Om half negen zat ik in de auto, op weg naar de Parkweg om daar de metro te nemen. Op het perron liep ik twee Vroege Vogeltjes tegen het lijf. Die verbaasde blikken van hen. "Jij hier?" 
Op Eendrachtsplein huppelde ik er weer uit en wandelde ik richting Schouwburgplein. 



Daar kon ik me omkleden en mijn tas in bewaring geven. Het was er strak georganiseerd, zonder twijfel. 



De dixies werden druk bezocht. Ik had de indruk dat de rijen aldaar, groter waren dan bij de tassen-inname.



Vooraf had ik de weg op de kaart bestudeerd, vanaf hier naar de start. Die zou dit jaar voor het eerst verlegd zijn naar de voet van de Erasmusbrug. Nergens voor nodig bleek nu, want ik hoefde alleen maar de stroom mensen te volgen. 



Ongelofelijk, hoe vol de stad was, op dit toch best vroege zondag-morgen-tijdstip. 
Om kwart voor tien was ik in de buurt van wave 5, het lopers vak van waaruit ik zou starten. Ik besloot er nog niet in te gaan, maar nog een poosje rustig zittend op een muurtje, mensen te gaan kijken. En een eierkoek op te peuzelen. 



Even voor tien uur ging ik dan toch, zodat ik van daaruit Lee Towers zijn 'You never walk alone' kon horen zingen vanaf de hoogwerker. Ja, alleen horen. Want voor mijn wave, stonden nog wave 1 tot en met 4, met nóg zo'n veertienduizend hardlopers daarin. Allemaal zongen ze mee. Een echt kippenvel moment.



Intussen had ik de oude joggingbroek en sweater van Jongste uitgedaan en over de hekken gehangen. 



Die hadden hun dienst bewezen en me tot het laatste moment lekker warm gehouden.


~ foto: Pim Ras ~

Toen om tien uur het kanon afgeschoten werd door burgemeester Aboutaleb, steeg het gejuich op uit de menigte. Elke zeven minuten was er een volgende wave aan de beurt. Even voor half elf mocht ik ook los. Ik wist toen al dat mijn uitgangspunt qua hartslag, niet haalbaar was. Hoewel ik van spanning geen last had, deed de buitentemperatuur er direct een schep bovenop. Tel daarbij op dat de eerste honderden meters brug-op waren, en mijn hartslag was al sky high.



Héél rustig starten dan maar en daarna ook héél rustig verder lopen, want omlaag moest hij wél.
Om de klip klap gaf mijn sporthorloge een geluidssignaal, ten teken dat ik buiten de ingestelde marges kwam. Dat was ik al snel zat, dus prutste ik al rennend aan mijn instellingen en zette ik de bovengrens tien hartslagen hoger. Opgelost, want ik heb het alarm daarna niet meer gehoord.



Het genieten kon beginnen. Alles wat ze zeggen over die marathon is waar. Wàt een toeschouwers, wàt een enthousiasme, positiviteit en enthousiasme langs de lijn. 

Via de Laan op Zuid klommen we over het Varkenoordse viaduct. Het traject waar we voorgaande twee jaren zélf als supporter stonden om die hele stoet lopers vanaf de zijlijn te bekijken. Nu rende ik door, langs de Kuip, de hele Stadionweg af. Op het 5-kilometerpunt stond de eerste verzorgingspost en ik deed wat ik me had voorgenomen. Even wandelen en intussen een bekertje water en een halfje AA drinken. Via de Olympiaweg doken we daarna Lombardijen in. Onder het treinviaduct door, waar ik in mijn tienerjaren dagelijks uitstapte toen ik er mijn HBO-opleiding volgde. Op de Pacalweg besloot ik energie te tanken en toverde mijn knijpfruit tevoorschijn. Mijn alternatief voor de toch wel smerige sportgel met zijn ranzige samenstelling. Hier werd ik geklikt door een fotograaf.



Het werd hier duidelijk dat het een zware loopdag was vandaag. Om me heen begonnen al mensen te wandelen. Met twintig graden, was het echt pittig warm. Iets wat we nog helemaal niet gewend waren. Op het Havenspoorpad werd dat eens te meer duidelijk. Eén lange weg in de zon. Ik passeerde het tien kilometer bordje en bedacht dat alles hierna bonus zou zijn. 
Bij 12,5 kilometer werden we getrakteerd op natte sponsjes. Hartstikke welkom om mee af te koelen. Aan het eind van het lange pad draaiden we rechtsaf en kwam het gebied rondom Slinge in beeld. Dat had ik vooraf in mijn hoofd geprent. Hier was namelijk het vijftien- en na een lange lus ook het twintig kilometerpunt. Eén van de twee zou mijn eindpunt worden, want hier kon ik dan de metro terug naar het centrum van Rotterdam nemen. 
Ik liep niet snel, eigenlijk zelfs langzaam, maar ik liep wél nog steeds. En mijn benen hielden het ook nog. In mijn buurt liep de Reverse Runner, die alles achteruit rende, de 64-jarige man met de bokshandschoenen en Marian. De latere officiële laatste loper die de finish haalde binnen de tijdslimiet. 
We liepen in de staart van de race. Een eind achter me zag ik al hekken opgeruimd worden en de afval karretjes van de opruimdienst stonden klaar langs het parcours. 



Omdat de meeste lopers al voorbij waren, stonden er rijen met toeschouwers te drommen om het metrostation binnen te komen. Daar ging ik natuurlijk niet tussen staan om flink af te koelen. Dan maar beter doorlopen. Mijn grenzen verleggen. 


Via de Oldegaarde, Vaartweg, Ahoy, Zuidplein en de Zuider Parkweg kwam ik weer terug bij Slinge. 


Op het 19,5 kilometerpunt. Nu ben ik een neuroot wat cijfertjes betreft, dus hier ging ik zéker niet stoppen. Nu wilde ik die halve Marathon vol lopen ook. 


Dus voorbij Slinge dan maar, voorbij bordje 20. 500 meter verderop, vlak voor de bocht naar de Groene Kruisweg, vloog ik toch ineens van de weg, stak het grasveld over en liep via de stoep tegen de stroom in weer terug. Niemand die vreemd op keek. Ook niet toen ik met mijn startnummer nog op, als enige dwalende verwarde hardloper mijn weg over die stoep vervolgde. 
Ik bleek het goed uitgekiend te hebben. Vlak voor Slinge trilde mijn horloge voor de 21e kilometer. Ik had mijn doel bereikt. Méér dan dat eigenlijk. 



Best trots dat ik het nog kon. Wel traag, maar daar kan ik de komende periode verder aan werken.



Via de metro, kwam ik weer bij het Schouwburgplein en mijn tas. Een uurtje later was ik thuis. Voldaan.

Eigenlijk was dit hartstikke leuk. Wie weet, koop ik volgend jaar wel gewoon een startbewijs en ga ik proberen nóg een stukje verder te komen.

Hou ouder, hoe gekker.

maandag 2 april 2018

Pasen in plaatjes

De tijd dat we ze warm kregen voor paaseitjes zoeken is voorbij.


Met zijn allen aan de ontbijttafel plaatsnemen, lukt niet meer. Onze 'naar bed' en 'uit bed' tijden lopen niet meer parallel. 

Onze belangen zijn niet gelijk, dus kiezen we ervoor om het los te laten. En zo vullen we de dagen volgens nieuwe normen in.

Tegenwoordig wordt er dus gewerkt, gewassen, bedden verschoond, plantjes gepoot, gestreken, geschreven en getekend.


Maar. Er werden ook spelletjes uit de kast getrokken, En samen gespeeld ook nog. Niet te lang hoor, want er is niet zo veel voor nodig om de vlam in de pan te laten slaan.

We gingen net als al die andere gezinnen, gourmetten. Daarna viel er eentje in slaap, gingen er twee naar boven en bleef er één in zijn uppie koffie drinken. Het wil niet altijd lukken met deze happy family.


Het fijne van Pasen is, dat er altijd een herkansing komt. Op deze tweede dag was iedereen vrij. Wij wilden er wel even uit. Zij wilden niet mee en kwamen uit bed rollen toen wij in de auto stapten.


In 's Gravenzande regende het, maar wat kon ons het schelen. We liepen een klein rondje. 


Eerst over het duinpad, en weer terug over het strand. We pikten tien geocaches op en bleven steken bij Zomertijd. 


Een fijne plek. 


Met heerlijke koffie, biertjes, broodjes kip en pannenkoeken.


Thuis gaven we de jongens hun lievelingseten, een lekker ijs-toetje en sloten af met nog meer zoetigheid.


Het was geen Pasen-uit-het-boekje, maar er was he-le-maal niets mis mee.


Morgen gaan er weer wekkers en pakken we de draad van de school-, stage- en werkweek weer op. Ook prima.



zondag 1 april 2018

Koek koek.......

Achttien is hij. Onze Oudste.

Drie jaar geleden haalde hij zijn MAVO diploma. Nu is hij bezig met de afronding van zijn MBO Opleiding. 

Hij loopt stage. Gelukkig is het een betere ervaring dan zijn vorige, eerste, stage.

Waar hij toen een uur reistijd had, fietst hij er nu binnen twintig minuten heen. 
Toen kwam hij terecht in een klein bedrijfje, voornamelijk door vrouwen gerund, nu is hij 'één van de mannen.' Dat geeft een heel andere sfeer. Eentje die hij van thuis gewend is, die beter bij hem past en waar hij zich veel meer op zijn gemak voelt. Het is een afdeling vol prikkels, grote monden, sportpraatjes en grove humor.

De weken vliegen voorbij. Hij gaat er nooit met tegenzin heen. Komt vrolijk en energiek weer thuis. En is stik gelukkig als zijn stagevergoeding op zijn rekening gestort is.

Eén dag was hij ziek. Griep. De dag erna was hij niet opgeknapt, maar sleepte zich toch met zijn fiets erheen. Dat zegt mij genoeg.

Die dag dat hij thuis was, besloot ik even in zijn tas te kijken of er misschien nog (oud) brood in zat. Dat was niet zo. Wél vond ik dit.


Vijftien! koeken. Sommigen geplet onderin zijn tas. Anderen helemaal verkruimeld.

Dat is zó typisch hem. Elke avond pakt hij alvast zijn tas voor de volgende stagedag in. Met flesjes ijsthee en een koek. Zonder te bedenken of hij die van de vorige dag wel op heeft gegeten.

Ik hoefde in elk geval voorlopig even geen koeken te kopen.